Terug

Beneficiaire aanvaarding beschermt niet tegen erfbelasting

18 juni 2026
Successiewet

Een vrouw overlijdt in 2022 en laat een testament na uit 1986. Daarin benoemt zij haar echtgenoot en dochter tot erfgenaam, ieder voor de helft. De echtgenoot krijgt een legaat tegen inbreng van de waarde en het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap. De dochter verkrijgt de bloot eigendom. De inspecteur legt een aanslag erfbelasting op van € 2.500, later verminderd tot € 2.444. De dochter maakt bezwaar.

Gebrouilleerde verhouding met vader

De dochter heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. Zij heeft geen toegang tot de nalatenschap en de verhouding met haar vader is gebrouilleerd. Via haar gemachtigde vraagt zij de vader de erfbelasting te betalen. De vader laat via de executeur weten dat hij de erfbelasting niet wenst te betalen. De dochter stelt dat sprake is van een individuele en buitensporige last in de zin van het EVRM.

Beneficiaire aanvaarding ziet op schulden, niet op heffing

De rechtbank oordeelt dat de beneficiaire aanvaarding niet afdoet aan de verschuldigdheid van erfbelasting. De beneficiaire aanvaarding ziet uitsluitend op de aansprakelijkheid voor schulden van de nalatenschap, niet op de heffing van erfbelasting. Het moment van overlijden is bepalend voor de belastingschuld. De dochter is als erfgenaam erfbelasting verschuldigd over haar verkrijging van het bloot eigendom.

Weigering vader is civielrechtelijke kwestie

De rechtbank overweegt dat de erfbelasting in beginsel voor rekening van de vruchtgebruiker komt. Dat de vader de erfbelasting niet wenst te betalen, is echter een civielrechtelijke kwestie die niet afdoet aan het fiscale oordeel. De dochter heeft bovendien niet aannemelijk gemaakt dat zij ook in de toekomst feitelijk niets meer zal verkrijgen van de erfenis. Van een individuele en buitensporige last is daarom geen sprake. De aanslag blijft in stand.

Bronvermelding

  • datum: 18 juni 2026
  • bureau: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBZWB:2026:4356

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Geen cassatie tegen hofuitspraak over invloed vrijgesteld inkomen op ouderenkorting
De staatssecretaris van Financiƫn ziet af van het instellen van beroep in cassatie tegen een uitspraak van Hof Den Haag over de inkomensgrens voor de ouderenkorting. Volgens het hof mag bij het bepalen van het inkomen voor de toepassing van de
Formeel recht
Uitstel voor doen aangifte wel of niet verleend?
De bevoegdheid van de Belastingdienst om een aanslag inkomstenbelasting vast te stellen vervalt drie jaar na afloop van het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. Als uitstel voor het doen van aangifte is verleend, wordt de driejaarstermijn met de
Inkomstenbelasting
Verkoop woning aan bv tegen (te) hoge prijs. Bevoordeling?
Een dga verkoopt in 2015 zijn woning aan zijn bv. Een jaar later verkoopt de bv de woning voor een flink lager bedrag aan de ex-echtgenote van de dga. De inspecteur stelt dat de verkoop aan de bv voor een te hoge prijs is gedaan en legt een