Terug

Beperkte tijd voor aanslag als een schenking niet is aangegeven

15 januari 2026
Successiewet

Als er aangifte schenkbelasting is gedaan, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een eerste aanslag schenkbelasting drie jaar na het ontstaan van de belastingschuld (de schenking). Deze termijn wordt verlengd met eventueel verleend uitstel voor het doen van aangifte. Als er geen aangifte is gedaan, vervalt de bevoegdheid drie jaar na het overlijden van de schenker of de begiftigde. Het cruciale woord 'of' zorgt voor discussie. Begint de verjaring bij het eerste overlijden of pas als beide partijen zijn overleden?

Schenking zonder aangifte

Een echtgenoot schenkt in 2006 € 4 miljoen aan zijn vrouw. Hij overlijdt in 2007, maar van de schenking wordt geen aangifte gedaan. Pas in 2019 meldt de vrouw via een inkeerregeling het eerder niet aangegeven vermogen. De Belastingdienst legt in 2021 een aanslag schenkbelasting op van ruim € 1 miljoen. De vrouw stelt dat de verjaringstermijn al in 2010 is verlopen, drie jaar na het overlijden van haar man. De Belastingdienst houdt vol dat verjaring pas begint als beide partijen, dus zowel de man als de vrouw, zijn overleden.

Verjaring bij eerste overlijden

Het hof verwerpt het standpunt van de Belastingdienst. Het woord 'of' betekent een keuze tussen twee mogelijkheden die elkaar uitsluiten. De verjaringstermijn begint bij het eerste overlijden van schenker of begiftigde. De Belastingdienst beweerde dat de wetgever bedoelde dat verjaring pas start als beide partijen zijn overleden. Het hof vindt hiervoor geen steun in de wet. De wetgever had eenvoudig een andere formulering kunnen kiezen als het de bedoeling was dat de termijn pas na beide overlijdens zou starten.

Let op! Deze uitspraak geldt specifiek voor schenkbelasting bij geen aangifte. Voor erfbelasting en andere situaties (zoals navordering) kunnen andere regels gelden. 

Bronvermelding

  • datum: 15 januari 2026
  • bureau: Gerechtshof Amsterdam
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHAMS:2025:2358

Misschien ook intressant

Belastingplan
Wet excessief lenen en samenwerkingsverbanden
De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap regelt dat als een aanmerkelijkbelanghouder meer dan € 500.000 leent van de eigen vennootschap, het bovenmatige deel wordt belast in box 2. Het maximumbedrag wordt vervolgens verhoogd met het bedrag
Belastingplan
Wijzigingen loonbelasting
Gerichte vrijstelling voor OV-abonnementen Via het Belastingplan 2024 is de gerichte vrijstelling voor OV-kaarten en voordeelurenkaarten verruimd. Daarmee is beoogd ook het privégebruik van een OV-kaart die door de inhoudingsplichtige wordt
Belastingplan
Wijzigingen omzetbelasting per 1 januari 2026
Diensten aan onroerende zaken In de Wet OB 1968 is een regeling opgenomen voor herziening van de vooraftrek van btw bij wijziging van het gebruik van een investeringsgoed. De wet voorziet momenteel niet in de mogelijkheid om btw die op diensten