Terug

Bezitseis BOR geldt per aandelenpakket afzonderlijk

26 februari 2026
Successiewet

Een echtpaar houdt sinds 1986 respectievelijk 51% en 49% van de aandelen in een holding. Tussen hen bestaat geen gemeenschap van goederen. Na het overlijden van de man in 2016 verkrijgt de vrouw zijn 51%-pakket. Vanaf dat moment houdt zij 100% van de aandelen. In 2020 volgt een juridische splitsing, waarbij een deel van het vermogen wordt afgesplitst naar een nieuw opgerichte bv. De vrouw schenkt op dezelfde dag alle aandelen in deze nieuwe bv aan haar dochter. 

BOR

De dochter doet een beroep op de BOR voor het volledige aandelenpakket. De inspecteur wijst dit gedeeltelijk af. Hij past de BOR slechts toe op 49% van de aandelen, omdat moeder de overige 51% nog geen vijf jaar in bezit had op het moment van de schenking. De dochter stelt dat de wet niet vereist dat het gehele geschonken pakket vijf jaar in bezit moet zijn geweest. Daarnaast beroept zij zich op het doel en de strekking van de BOR: moeder verkreeg de 51% immers krachtens erfrecht van vader, die de aandelen zelf decennialang hield.

Bezitseis

Het hof oordeelt dat de tekst van de wet duidelijk is. Deze vereist dat de schenker de geschonken aandelen gedurende vijf jaar voorafgaand aan de schenking onafgebroken in bezit heeft gehad. Moeder voldoet aan deze eis voor het 49%-pakket dat zij sinds 1986 houdt, maar niet voor de 51% die zij pas in 2017 verkreeg. De BOR is daarom slechts van toepassing op 49% van de schenking. Het hof komt niet toe aan een uitleg naar het doel en de strekking van de BOR, omdat de wettekst geen ruimte voor twijfel laat. De Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting voorziet weliswaar in uitzonderingen op de bezitseis, maar niet in een situatie als deze waarin de schenker binnen vijf jaar vóór de schenking aandelen krachtens erfrecht verkrijgt.

Bronvermelding

  • datum: 26 februari 2026
  • bureau: Gerechtshof Den Haag
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHDHA:2026:114

Misschien ook intressant

Formeel recht
Rechter mag altijd recente machtiging vragen, ook bij doorlopende volmacht
Een gemachtigde dient hoger beroep in met een twee jaar oude doorlopende volmacht. Het hof vraagt om een recente machtiging. De gemachtigde weigert dit en wordt vervolgens niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat de bestuursrechter
Omzetbelasting
Doorgeefluik bij fraude: geen aftrek, wel afdracht
Een ambtenaar koopt jarenlang privégoederen op kosten van zijn werkgever. Hij schakelt daarbij een kantoorinrichtingsbedrijf in als doorgeefluik. Dat bedrijf betaalt de leveranciers, factureert door aan de gemeente met een opslag en trekt de
Loonbelasting
Kosten exact gelijk aan omzet? Hof gelooft het niet
Een dga stelt dat zijn bv structureel verlies lijdt en dat daarom geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. Hof Amsterdam gelooft hem niet. De aangiften vennootschapsbelasting (vpb) tonen jarenlang kosten die nagenoeg exact gelijk