Terug

Bij buitenlands onroerend goed werkt rechtsherstel box 3 soms averechts

23 december 2025
Inkomstenbelasting

De Wet rechtsherstel box 3 heeft voor belastingplichtigen met buitenlands vermogen soms een averechtse uitwerking. De wetgever kiest bewust voor een strikte voorwaarde: alleen toepassen bij een lager voordeel uit sparen en beleggen. Deze harde grens laat geen ruimte voor een integrale afweging waarbij ook de uiteindelijk verschuldigde belasting wordt meegewogen.

Van voordeel naar teleurstelling

Een vrouw bezit banktegoeden, beleggingen en onroerende zaken buiten Nederland, met een totale waarde van ruim € 1,9 miljoen. Voor het jaar 2019 bedraagt het voordeel uit sparen en beleggen conform de oorspronkelijke forfaitaire regeling € 37.909. Met de nieuwe berekeningsmethode uit de Wet rechtsherstel box 3 komt dat voordeel hoger uit op € 42.808. De vrouw stelt echter dat zij per saldo minder belasting verschuldigd is wanneer het rechtsherstel wordt toegepast. De reden hiervoor is dat de vrijstelling voor het buitenlandse vermogen dan hoger uitvalt: van € 8.025 naar € 10.421. Het verschil in verschuldigde inkomstenbelasting bedraagt bijna duizend euro in het voordeel van de vrouw.

De hoofdregel: alleen bij lager voordeel

De Wet rechtsherstel box 3 bepaalt dat de nieuwe rekenmethode uitsluitend van toepassing is voor zover dit tot een lager voordeel uit sparen en beleggen leidt. In deze zaak valt het voordeel volgens de nieuwe methode € 4.899 hoger uit. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde voor toepassing. Het hof oordeelt dat de duidelijke wettekst zich niet leent voor een andere uitleg.

De belastingverdragen bieden geen uitkomst

De vrouw voert aan dat de systematiek van de belastingverdragen een andere uitkomst rechtvaardigt. Volgens haar kan het voordeel uit het buitenlandse onroerend goed buiten beschouwing blijven, omdat op grond van de verdragen toch een vrijstelling wordt verleend voor het daarover verschuldigde belastingbedrag. Het inkomen dat vervolgens wordt toegerekend aan de bank- en spaartegoeden zou dan volgens de rechtsherstelmethode moeten worden berekend, omdat dat lager uitvalt.

Het hof verwerpt dit betoog. Uit de systematiek van de inkomstenbelasting in samenhang met de belastingverdragen volgt dat eerst het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald aan de hand van de nationale wetgeving. Vervolgens verleent Nederland op grond van de voorkomingsbepaling in het verdrag een vrijstelling voor de belasting die betrekking heeft op de inkomensbestanddelen die aan het andere land zijn toegewezen. 

Geen keuzemogelijkheid per vermogensbestanddeel

Het hof merkt op dat de redenering van de vrouw in feite neerkomt op een mengvorm waarbij voor elk vermogensbestanddeel afzonderlijk kan worden gekozen tussen de oude en nieuwe berekeningsmethode. Dit 'eten van twee walletjes' is volgens het hof in strijd met de systematiek van zowel de Wet IB 2001 als de Wet rechtsherstel box 3. De rendementsgrondslag in het buitenland kan niet buiten beschouwing blijven bij de initiële berekening van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.

Bronvermelding

  • datum: 23 december 2025
  • bureau: Gerechtshof Den Haag
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHDHA:2025:2400

Misschien ook intressant

Belastingplan
Lastenverzwaring box 3 teruggedraaid
De aanpassing van het forfait voor overige bezittingen in box 3 komt te vervallen. Daardoor komt het forfait in 2026 uit op 6% in plaats van 7,78%.De voorgestelde verlaging van het heffingvrije vermogen in box 3 is eveneens vervallen. Het
Formeel recht
Invullen e-mailadres geen instemming voor verdere communicatie per mail
De Hoge Raad oordeelt dat het enkel invullen van een verplicht e-mailadres in een digitaal formulier niet genoeg is om aan te nemen dat iemand heeft ingestemd met verdere communicatie via die weg. Dit geldt des te meer als gebruik wordt gemaakt van
Belastingplan
Auto pas youngtimer bij 25 jaar
De youngtimerregeling verwijst naar de manier waarop het privévoordeel wordt vastgesteld van een auto die meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. Voor deze auto’s geldt een bijtelling van 35% van de waarde in het economische