Terug

Btw-ondernemerschap door verhuur werkruimte aan eigen bv

10 september 2026
Omzetbelasting

Een dga verhuurt sinds 2009 een werkkamer, de garage en een kantoor in het souterrain aan zijn eigen bv, voor € 2.000 per maand. De dga wil met zijn vennootschappen één fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen, maar de inspecteur houdt hem daarbuiten. Verhuren aan de eigen werkgever is in zijn ogen geen zelfstandig ondernemerschap. De rechtbank denkt daar anders over en het hof bevestigt dat. Doorslaggevend zijn de schriftelijke huurovereenkomst en vijftien jaar betaalde huur. De dga hoort dus in de eenheid.

Een contract uit 2009

De dga bezit alle aandelen in een holding, die op haar beurt de aandelen in de bv houdt. Hij is in dienst bij de holding, die zijn loonkosten doorbelast aan de bv. In maart 2009 sluit hij met de bv een huurovereenkomst voor het exclusieve gebruik van de werkkamer, de garage en het kantoor in het souterrain. De tuin, oprit en technische ruimte gebruiken zij samen. De huur wordt elke maand voldaan, tot hij vijftien jaar later emigreert.

Deelname aan de markt

Volgens de inspecteur ontbreekt hier elke realistische marktverhouding. De ruimten horen bij de woning, de medebewoners lopen door de garage en de huurprijs dekt hooguit de kostprijs. Het hof gaat daar niet in mee. Bij een pand dat zich voor zakelijk en privégebruik leent, tellen alle omstandigheden van de exploitatie en die wijzen één kant op: vijftien jaar onafgebroken verhuur tegen een vaste vergoeding. Of die vergoeding onder de kostprijs of de marktprijs ligt, doet niet ter zake zolang dienst en betaling een reëel verband houden.

Los van de dienstbetrekking

De vraag resteert of de dga zelfstandig handelt. Sinds het arrest Van der Steen is hij voor werk uit zijn arbeidsovereenkomst geen btw-ondernemer en het gebruik van kamers in zijn woning voor die dienstbetrekking telt evenmin zelfstandig mee. Verhuur naast de dienstbetrekking kan wel ondernemerschap opleveren, mits objectieve gegevens dat bevestigen. Die zijn er: een schriftelijk contract met een omschreven huurobject en een huur die maandelijks binnenkomt. Bij die verhuur ontbreekt elke ondergeschiktheid, ook al gebruikt de bv de ruimten uitsluitend voor zijn werkzaamheden. Dat de holding de vergoeding in de loonaangifte tot het loon rekent, maakt de verhuur evenmin een uitvloeisel van de dienstbetrekking. 

Bronvermelding

  • datum: 10 september 2026
  • bureau: Gerechtshof 's-Hertogenbosch
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHSHE:2026:1840
a401158d132a733031d192b4f06b52f5

Misschien ook intressant

Ondernemingswinst
Belastingadviseur faalt bij onderbouwing zakelijke kosten
Een belastingadviseur raakte verwikkeld in een juridische strijd met de Belastingdienst over de zakelijkheid van diverse kostenposten in zijn aangiften IB voor de jaren 2015-2017. De Belastingdienst accepteerde meerdere kostenposten niet en stelde de
Ondernemingswinst
Milieulijst 2025 vastgesteld
De staatssecretaris van I en W heeft de Milieulijst 2025 vastgesteld. De Milieulijst omvat de bedrijfsmiddelen, die bij investering in 2025 in aanmerking komen voor de Vamil (willekeurige afschrijving milieu-investeringen) en de MIA
Inkomstenbelasting
Nadere invulling van begrip "werkelijk rendement"
De Hoge Raad heeft kort voor het einde van 2024 enkele arresten gewezen over de samenstelling van het werkelijk behaalde rendement in box 3. Een van de arresten betreft de vraag hoe moet worden omgegaan met een tweede woning, die niet wordt verhuurd