Terug

Cashbonus ipv aandelenrechten: mag een voorziening?

15 oktober 2026
Vennootschapsbelasting

Vijf werknemers krijgen van de Franse moedervennootschap van hun werkgever voorwaardelijke rechten op aandelen. Zij ontvangen die aandelen alleen als zij na vier jaar nog in dienst zijn én aan bepaalde prestatiedoelen voldoen. Voordat de voorwaarden zijn vervuld, vindt een overname plaats. De nieuwe eigenaar doet de werknemers een voorstel: lever de voorwaardelijke aandelenrechten in en ontvang daarvoor een cashbonus. De cashbonus is niet gekoppeld aan de aanwezigheid in het bedrijf, prestaties of andere voorwaarden. Alle werknemers accepteren dit aanbod. Daardoor krijgen zij uiteindelijk geen aandelen, maar een bonus van in totaal ruim € 630.000, uit te betalen in 2016 en 2018. Achteraf blijkt dat bij geen van de vijf werknemers zou zijn voldaan aan de voorwaarden om de rechten op aandelen onvoorwaardelijk te doen worden.

Voorziening

De Nederlandse werkgever wil deze toekomstige kosten al in 2015 verwerken door een fiscale voorziening te vormen. De inspecteur wijst dit verzoek af. Volgens hem valt de regeling onder de wettelijke aftrekbeperking voor aandelen- en optieregelingen. Die bepaling voorkomt dat een onderneming de kosten van aan werknemers toegekende aandelen of optierechten van de winst aftrekt. Volgens de inspecteur maakt het daarbij niet uit dat de rechten nog onder voorwaarden zijn toegekend. 

Aftrekbeperking 

De Hoge Raad ziet dat anders. Volgens de Hoge Raad ontstaat pas een daadwerkelijk aandelen- of optierecht als aan de opschortende voorwaarden is voldaan. Zolang dat niet gebeurt, kunnen werknemers hun rechten niet afdwingen. In deze zaak worden de voorwaardelijke rechten al eerder ingeruild voor een cashbonus. De voorwaarden worden dus nooit vervuld. Daardoor ontstaat fiscaal gezien nooit een aandelen- of optierecht waarop de aftrekbeperking van toepassing is.

Cashbonus 

De cashbonus is daarom geen aandeelhouderslast die niet aftrekbaar is, maar een gewone ondernemingsuitgave. De werkgever mag hiervoor een voorziening vormen en die ten laste van de winst brengen.

Bronvermelding

  • datum: 15 oktober 2026
  • bureau: Hoge Raad
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:HR:2026:1631
d6d605daeb6827a732ddc211e02969c3

Misschien ook intressant

Eindejaarsactualiteiten
Wijzigingen loonkostenvoordelen per 2025
Het lage-inkomensvoordeel (LIV) vervalt per 1 januari 2025. Het loonkostenvoordeel (LKV) voor oudere werknemers wordt voor dienstbetrekkingen, die zijn begonnen op of na 1 januari 2024, in 2025 verlaagd. Per 1 januari 2026 wordt dit LKV afgeschaft.
Inkomstenbelasting
Feitelijk gescheiden levende gehuwden blijven elkaars fiscale partner
Een procedure voor Hof Den Bosch betrof de vraag of apart wonende gehuwden voor de belastingheffing als alleenstaande kunnen worden aangemerkt. Het geschil spitste zich toe op de vragen of sprake is van fiscaal partnerschap en of de
Overdrachtsbelasting
Startersvrijstelling overdrachtsbelasting geldt niet voor verkrijging schoolgebouw
Bij de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken wordt overdrachtsbelasting geheven. De belasting bedraagt in beginsel 10,4% van de waarde van de onroerende zaak. Onder voorwaarden geldt voor de verkrijging van een woning een lager tarief