Terug

Eigen handtekening onder inkeermelding bewijst opzet

23 juli 2026
Inkomstenbelasting

Een vrouw ondertekent samen met haar echtgenoot een inkeermelding voor buitenlands vermogen van ruim twee miljoen euro. Jaren later stelt zij dat haar echtgenoot haar tot eind 2017 onwetend heeft gehouden over dat vermogen. Zij zou daarom geen opzet hebben gehad bij het doen van onjuiste aangiften. De rechtbank acht die verklaring volstrekt ongeloofwaardig. De inkeermelding spreekt immers van 'wij' en 'ons' en is door haarzelf ondertekend.

Van Luxemburg naar Hongkong

De vrouw drijft samen met haar echtgenoot een onderneming in vof-verband. De echtgenoot heeft in het verleden bij de Belastingdienst gewerkt. Het echtpaar houdt een effectenrekening aan in Luxemburg met een saldo van rond de twee miljoen euro. In 2013 heffen zij de rekening op en boeken het saldo over naar Hongkong. De nieuwe rekening wordt op naam van hun zoon gezet, omdat hij regelmatig in Hongkong moet zijn voor zijn werk. Op 29 december 2017 sturen de vrouw, haar echtgenoot en hun zoon gezamenlijk een inkeermelding naar de Belastingdienst. In de e-mail schrijven zij dat zij willen inkeren 'van het niet aangegeven van vermogen wat belast had moeten worden in Box 3'. De drie ondertekenen de melding persoonlijk.

Navorderingsaanslagen en boetes

De inspecteur legt navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op over de jaren 2009 tot en met 2014. Op verzoek van het echtpaar worden deze uitsluitend aan de vrouw opgelegd. Bij de aanslagen over 2012 tot en met 2014 horen vergrijpboetes van 120% wegens opzet. Die boetes zijn al gematigd vanwege de vrijwillige inkeer. Zonder inkeer had 300% kunnen worden opgelegd. De vrouw maakt bezwaar. Zij stelt dat zij niet wist van het buitenlandse vermogen en dat haar echtgenoot haar bewust onwetend heeft gehouden. Daarom zou zij geen opzet hebben gehad.

Inkeermelding als bewijs

De rechtbank maakt korte metten met dit verweer. Uit de inkeermelding blijkt dat de vrouw in elk geval in 2013 wist van de Luxemburgse rekening, omdat zij die rekening toen samen met haar echtgenoot heeft opgeheven. De aangiften over 2012, 2013 en 2014 zijn alle ingediend ná die opheffing. De vrouw wist dus van het vermogen, maar vermeldde het niet. De inkeermelding spreekt consequent van 'wij' en 'ons' en is door haarzelf mede ondertekend. De andersluidende verklaring van de echtgenoot, dat zij pas eind 2017 zou zijn ingelicht, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig.

Bronvermelding

  • datum: 23 juli 2026
  • bureau: Rechtbank Gelderland
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBGEL:2026:5070
d0d1855e096a961a9bdf9933df8cd025

Misschien ook intressant

Autobelastingen
Tijdelijke korting vrachtwagenheffing per 1 september 2026
Per 1 september 2026 wordt het tarief van de vrachtwagenheffing met 22,3% verlaagd. De vrachtwagenheffing treedt op 1 juli 2026 in werking en geldt voor alle vrachtwagens, zowel uit binnen- als buitenland. Eigenaren van vrachtwagens gaan een bedrag
Ondernemingswinst
Geen onderneming? Dan ook geen faciliteiten
Een yogalerares schrijft zich in februari 2020 in bij de KVK. In haar aangifte vermeldt zij een verlies uit onderneming. Dit bedrag is opgebouwd uit een omzet van € 203, verminderd met zelfstandigenaftrek en startersaftrek en verhoogd met de
Inkomstenbelasting
Inspecteur had eerder moeten twijfelen
Een man start in 2011 met de handel in auto's. Hij schrijft zich in bij de KVK en begint vol goede moed. De handel loopt echter niet goed naast zijn drukke baan in loondienst. Al vanaf het eerste jaar lijdt hij verlies. De omzet daalt van bijna