Terug

Eindejaarstips personeel

5 november 2026
Eindejaarsactualiteiten

Wtta voor het uitlenen van personeel

Vanaf 2027 is een nieuw toelatingsstelsel voor partijen die werknemers uitlenen (uitleners) van kracht. Dit is geregeld in de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta). Uitleners zijn bedrijven die tegen vergoeding werknemers ter beschikking stellen om onder toezicht en leiding van een ander werk te verrichten. Hieronder vallen onder meer uitzendbureaus, detacheerders, payrollbedrijven en bedrijven die incidenteel personeel uitlenen. Collegiale uitleen, waarbij geen winst wordt gemaakt, valt niet onder het toelatingsstelsel. Hetzelfde geldt voor in- en uitleen binnen concernverband. Daarnaast geldt de Wtta voor inleners, oftewel bedrijven die personeel inhuren.

Let op! Een bv die haar dga uitleent aan een andere onderneming kan ook onder het toelatingsstelsel vallen.

Van 1 november 2026 tot en met 31 december 2026 kunnen uitleners zich aanmelden voor de overgangsregeling. De overgangsregeling is bedoeld voor bestaande uitleners. Zij mogen werknemers blijven uitlenen terwijl de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) hun aanvraag voor toelating of ontheffing beoordeelt. Dit geldt ook als de NAU op 1 januari 2028 nog geen besluit heeft genomen over de aanvraag. Uitleners kunnen van 1 mei 2027 tot en met 30 juni 2027 toelating aanvragen bij de NAU. Vanaf 1 januari 2028 start de Nederlandse Arbeidsinspectie met handhaven op de naleving van de toelatingsplicht.

Reiskostenvergoeding

De gerichte vrijstelling voor reiskosten is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. In navolging van deze verhoging worden ook het forfait voor aftrekbare reiskosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters en het forfait voor reiskosten bij specifieke zorgkosten bij ziekenbezoek, weekenduitgaven voor gehandicapten en het forfait voor de giftenaftrek voor de situatie waarin een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.

Werkkostenregeling

Vrije ruimte
Uitgangspunt van de werkkostenregeling (WKR) is dat alle vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers loon vormen, ook als het gaat om kosten die 100% zakelijk zijn. Er is een vrije ruimte waarbinnen vergoedingen en verstrekkingen belastingvrij gegeven kunnen worden. De vrije ruimte bedraagt in 2026 2% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% over het meerdere. In 2027 stijgt de vrije ruimte naar 2,16% van de eerste € 400.000. Benut waar mogelijk de resterende vrije ruimte van 2026, bijvoorbeeld voor een kerstpakket voor de medewerkers.

Personeelskorting
Vanaf 1 januari 2027 vervalt de aparte gerichte vrijstelling voor werkgevers die hun werknemers korting verlenen op eigen producten. De korting die aan de werknemer wordt gegeven, wordt dan gezien als regulier loon waarover belasting moet worden betaald. Werkgevers kunnen ervoor kiezen de korting ten laste te brengen van de vrije ruimte. Omdat personeelskorting in veel sectoren (zoals de retail, horeca en reisbranche) is vastgelegd in de cao, kunnen werkgevers de korting niet zomaar afschaffen. Zij moeten de korting dus vergoeden via de WKR of bruto verrekenen met het salaris. In 2026 kunnen werkgevers nog een korting geven op producten uit het eigen bedrijf tot een bedrag van ten hoogste 20%, maar niet meer dan € 500 per werknemer.

Minimumjeugdloon omhoog

Voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar gaat vanaf 1 januari 2027 het percentage van het minimumuurloon omhoog. Het minimumjeugdloon voor studenten in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het middelbaar beroepsonderwijs wordt gelijkgetrokken met het reguliere minimumjeugdloon.

Leeftijd 2026 2027 Bedrag
21 jaar 100% 100% € 15,29
20 jaar 80% 87,5% € 13,38
19 jaar 60% 75% € 11,47
18 jaar 50% 62,5% € 9,56
17 jaar 39,5% 50% € 7,65
16 jaar 34,5% 40% € 6,12
15 jaar 30% 30% € 4,59

Bijtelling

Voor het privégebruik van een auto van de zaak moet een bijtelling bij het loon van de werknemer worden gedaan. De standaardbijtelling bedraagt 22% van de catalogusprijs van de auto. Voor een in 2026 aangeschafte nieuwe elektrische auto bedraagt de bijtelling 18% over de eerste € 30.000 van de catalogusprijs. Voor het meerdere geldt de reguliere bijtelling van 22%. Deze bijtellingspercentages gelden voor in het kalenderjaar nieuw aangeschafte auto’s en gelden gedurende 60 maanden. Vanaf 2027 bedraagt de bijtelling 20% over de eerste € 30.000 van de catalogusprijs. Voor het meerdere geldt de reguliere bijtelling van 22%. Voor auto’s van voor 2017 bedraagt de standaardbijtelling niet 22 maar 25%.

Youngtimer
Werknemers die een oudere zakelijke auto (youngtimer) rijden betalen een bijtelling van 35% over de dagwaarde van de auto in plaats van 22% bijtelling over de nieuwprijs. Dit resulteert vaak in een aanzienlijk lager bijtellingsbedrag, aangezien de dagwaarde doorgaans lager is dan de oorspronkelijke cataloguswaarde. Vanaf 1 januari 2027 geldt de youngtimerregeling voor auto’s vanaf 17 jaar (in 2026 was dat vanaf 16 jaar en in de jaren daarvoor 15 jaar). Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling voor auto’s vanaf 20 jaar. Dat leidt dus tot het wegvallen van de youngtimerregeling voor auto’s die in 2027 de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar hebben overschreden. De eerdere verhoging van de leeftijd naar 25 jaar gaat niet door.

Fiets
Als een werknemer een fiets ter beschikking heeft gekregen van zijn werkgever, dan moet voor het privégebruik van de fiets een bijtelling bij het loon plaatsvinden. Er geldt een forfaitaire bijtelling van 7% van de cataloguswaarde van de fiets op jaarbasis. De regeling geldt voor gewone fietsen, e-bikes en speedpedelecs, ongeacht of de werknemer de fiets daadwerkelijk privé gebruikt. 

Tip! Als de fiets niet of hooguit incidenteel (minder dan 10%) bij de woning van de werknemer wordt gestald, bedraagt de bijtelling nihil (met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020).

Start-ups en scale-ups

Start-ups en scale-ups hebben vaak niet de financiële middelen om werknemers een (internationaal) concurrerend salaris te bieden. Aandelenopties, internationaal de meest gebruikte vorm van participatie in de start-upsector, kunnen mogelijk een deel van dit gat dichten. Het biedt meer mogelijkheden om talent dat in een start-up of scale-up wil werken over te halen een lager salaris te accepteren in ruil voor het delen in de potentiële groei. Het verkrijgen van aandelen zorgt ervoor dat medewerkers meer gebonden zijn aan het bedrijf en minder snel weer vertrekken.

Vanaf 2027 geldt een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De vrijstelling van deze aandelen in box 3 moet per 1 januari 2028 ingaan. De voorgestelde lagere heffing is zo vormgegeven, dat de grondslag van het inkomen uit aandelenoptierechten wordt versmald tot 65%. Daardoor is het effectieve tarief ongeveer gelijk aan wat de heffing zou zijn als de aandelenoptierechten in box 2 zouden zijn belast. Deze maatregel wordt toegepast op aandelenopties die zijn uitgegeven sinds de bekendmaking van de fiscale regeling in de Voorjaarsnota van 2025, mits zij de loonsfeer nog niet hebben verlaten. Voorwaarde voor toepassing van de regeling is dat het aandelenoptierecht of de bij uitoefening daarvan verkregen aandelen niet binnen twee jaar na toekenning mogen worden vervreemd. Deze voorwaarde geldt niet bij een eerdere verkoop of beursgang van de onderneming, omdat een werknemer in die situatie veelal gedwongen is zijn aandelen en optierechten te verkopen.

Versobering ETK en 30%-regeling

Voor werkgevers bestaat de mogelijkheid om werknemers de extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking onbelast te vergoeden. Voor de onbelaste vergoeding van deze kosten zijn er twee regelingen: een forfaitaire regeling (de expat- of 30%-regeling) en een regeling op basis van de werkelijke extraterritoriale kosten (de ETK-regeling). Sinds 1 januari 2026 kunnen de volgende werkelijke kosten niet langer onbelast worden vergoed:

  • extra kosten van levensonderhoud (maaltijden, gas, water, licht, etc.);
  • extra gesprekskosten met het land van herkomst.

De expatregeling blijft grotendeels onaangetast, behalve de eerder aangekondigde verlaging van het forfaitaire percentage van 30 naar 27 per 1 januari 2027. Ook gaat vanaf 1 januari 2027 een hogere salarisnorm gelden om in aanmerking te komen voor de 27%-regeling. De salarisnormen zijn dan € 53.887 voor reguliere werknemers en € 40.961 voor werknemers jonger dan 30 jaar met een kwalificerende masteropleiding. Werknemers die de expatregeling al vóór 1 januari 2025 toepasten, behouden de "oude" (huidige) salarisnormen van respectievelijk € 49.262 en € 37.446.

Bronvermelding

  • datum: 5 november 2026
  • bureau: Ministerie van FinanciĆ«n
  • karakter: wetswijziging
4bce5a98ffdb0b03f5d425ed2ae08992

Misschien ook intressant

Vennootschapsbelasting
Crypto-investering op naam dga niet aftrekbaar bij bv
Een dga sluit een overeenkomst voor de aankoop van cryptotokens. De bv maakt het aankoopbedrag van € 250.000 over. De tokens blijken waardeloos. De bv wil het verlies ten laste van haar resultaat brengen. De inspecteur weigert de afwaardering.
Inkomstenbelasting
Herverdeling inkomen leidt tot hogere belastingrente
Een echtpaar vraagt om herverdeling van de gezamenlijke inkomensbestanddelen over 2019. De inspecteur legt een navorderingsaanslag op aan de man en geeft een teruggaaf aan de vrouw. Bij de navorderingsaanslag brengt de inspecteur € 3.681 aan
Arbeidsrecht
Niet meer oproepen is onregelmatige opzegging
De beslissing van de werkgever om een werknemer met een nulurencontract niet meer op te roepen voor werkzaamheden moet worden aangemerkt als een onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer is sinds 1 oktober 2024 in dienst. Na