Terug

Eindejaarstips voor ondernemingen

6 november 2025
Eindejaarsactualiteiten

Extra belasting brandstofauto van de zaak

Werkgevers die een auto van de zaak beschikbaar stellen aan werknemers, krijgen vanaf 1 januari 2027 te maken met een nieuwe fiscale maatregel. Het gaat om een zogenoemde pseudo-eindheffing van 12% op de cataloguswaarde van personenauto’s die op fossiele brandstof rijden en (mede) privé worden gebruikt. De pseudo-eindheffing geldt alleen voor personenauto’s met CO₂-uitstoot, zoals benzine-, diesel- en hybride auto’s. Elektrische auto’s zijn dus uitgezonderd. Ook motoren en bestelauto’s vallen buiten de regeling.

Een voorwaarde voor toepassing van de regel is dat sprake is van een werkgever-werknemerrelatie. In de praktijk betekent dit dat ook dga’s met een auto op de balans onder deze regeling kunnen vallen. De maatregel geldt niet voor de auto van de ib-ondernemer. De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde, ongeacht het daadwerkelijke privégebruik. Dus ook woon-werkverkeer telt mee. Voor elke maand waarin de auto ten minste 1 dag ter beschikking is gesteld, is de pseudo-eindheffing voor die gehele maand (1/12) verschuldigd. Werkgevers mogen de kosten voor deze eindheffing niet verhalen op de werknemers. Voor auto’s ouder dan 25 jaar wordt gekeken naar de waarde in het economisch verkeer. De werknemer merkt geen verschil wat betreft zijn loonstrook.

Voor auto’s die al voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Tot 17 september 2030 is dan nog geen pseudo-eindheffing verschuldigd. Dit lijkt ver weg, maar komt snel dichterbij. Zeker omdat leasecontracten vaak een looptijd van meerdere jaren hebben.

Minder administratie rondom mobiliteit

Werkgevers die meer dan 100, maar niet meer dan 250 werknemers in dienst hebben, hoeven in de toekomst niet meer te rapporteren hoeveel kilometers hun werknemers afleggen voor zakelijk verkeer of woon-werkverkeer. Bedrijven met 100 of minder werknemers hoeven nu al niet bij te houden hoeveel kilometers hun werknemers afleggen. Deze grens wordt verhoogd naar 250 werknemers. Wanneer de wijziging van de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM) ingaat, is nog niet bekend. Eerst moeten de Tweede en Eerste Kamer het wetsvoorstel aannemen.

Voorkom belastingrente

De belastingrente is per 1 januari 2025 weliswaar gedaald, maar blijft hoog. De rentetarieven zijn nu 9% voor de vennootschapsbelasting en 6,5% voor de inkomstenbelasting, loonheffingen, btw en erfbelasting. Een juiste voorlopige aanslag kan voorkomen dat de rente op de definitieve aanslag oploopt. Belastingrente wordt bij de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting berekend wanneer de aanslag op of na 1 juli van het volgende jaar wordt opgelegd. De Belastingdienst berekent geen rente als de aangifte inkomstenbelasting 2025 voor 1 mei 2026 binnen is en zij de gegevens uit de aangifte ongewijzigd overnemen. Voor de aangifte vennootschapsbelasting 2025 is dat 1 juni 2026. Ondernemers kunnen belastingrente ook voorkomen door voor 1 mei om een (aanvullende) voorlopige aanslag te verzoeken.

Bronvermelding

  • datum: 6 november 2025
  • bureau: Overig
  • karakter: wetswijziging

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Inbreng niet geruisloos door gemiste voorwaarden
Twee broers drijven een koolverwerkingsbedrijf in maatschapsvorm. Op 30 maart 2020 voeren zij een omvangrijke herstructurering door. Ieder richt een persoonlijke holding op en brengt zijn maatschapsaandeel daarin in. De holdings richten vervolgens
Omzetbelasting
Geen rente bij eigen fout
Een bv draagt jarenlang Nederlandse btw af voor afstandsverkopen aan Belgische particulieren. Achteraf blijkt dat de omzetdrempel voor afstandsverkopen is overschreden, waardoor de btw in België verschuldigd is. De Belgische Belastingdienst legt
Invordering
Geldstromen naar privé leiden tot aansprakelijkheid bestuurder
Een bestuurder van een transportbedrijf wordt aansprakelijk gesteld voor bijna € 730.000 aan onbetaalde loonheffing en omzetbelasting. Hij stelt dat hij tijdig melding van betalingsonmacht heeft gedaan. De rechtbank oordeelt echter dat dit niet