Terug

Geen acceptatieplicht contant geld voor de Belastingdienst

5 juni 2025
Invordering

De staatssecretaris van Financiën heeft gereageerd op het verzoekschrift van een vrouw die bij de Belastingdienst haar belastingen contant wenst te betalen. De staatssecretaris concludeert dat de Belastingdienst niet verplicht is om contante betalingen te accepteren voor belastingaanslagen, en ziet geen reden om voor verzoekster een uitzondering te maken. 

Hoewel contant betalen maatschappelijk belangrijk is, geldt deze acceptatieplicht niet voor de Belastingdienst. De wet (Awb) schrijft voor dat betalingen aan bestuursorganen doorgaans giraal plaats moeten vinden, omdat deze vorm efficiënter, veiliger en kosteneffectiever is. De Belastingdienst heeft geen wettelijke of operationele verplichting om loketten of alternatieve betalingsmethoden te faciliteren. 

In dit specifieke geval heeft de Belastingdienst in voorgaande jaren uit coulance contante betalingen van verzoekster geaccepteerd, maar telkens duidelijk gecommuniceerd dat deze uitzondering niet structureel is. Daarnaast worden belastingen zoals de motorrijtuigenbelasting door verzoekster wél giraal betaald, wat aantoont dat een girale betaling in haar geval niet bezwaarlijk is. 

Bronvermelding

  • datum: 5 juni 2025
  • bureau: Belastingdienst
  • karakter: overig
  • nummer: 2025-0000117686

Misschien ook intressant

Omzetbelasting
Geen rente bij eigen fout
Een bv draagt jarenlang Nederlandse btw af voor afstandsverkopen aan Belgische particulieren. Achteraf blijkt dat de omzetdrempel voor afstandsverkopen is overschreden, waardoor de btw in België verschuldigd is. De Belgische Belastingdienst legt
Invordering
Geldstromen naar privé leiden tot aansprakelijkheid bestuurder
Een bestuurder van een transportbedrijf wordt aansprakelijk gesteld voor bijna € 730.000 aan onbetaalde loonheffing en omzetbelasting. Hij stelt dat hij tijdig melding van betalingsonmacht heeft gedaan. De rechtbank oordeelt echter dat dit niet
Inkomstenbelasting
Compromis over box 3 blijft staan
Tijdens een rechtszaak komt een man met de inspecteur overeen dat zijn werkelijk rendement in box 3 € 855 bedraagt. Enkele maanden later oordeelt de Hoge Raad dat bij de vaststelling van het werkelijk rendement geen rekening mag worden gehouden