Terug

Geen giftenaftrek zonder Nederlandse anbi-registratie

12 februari 2026
Inkomstenbelasting

Een man doet giften aan instellingen in Duitsland en Zwitserland. Deze instellingen zijn in hun eigen land erkend als algemeen nut beogend, maar hebben geen Nederlandse anbi-status aangevraagd. De inspecteur weigert daarom de giftenaftrek. De man stelt dat de registratievoorwaarde in strijd is met het vrije kapitaalverkeer. Van buitenlandse instellingen kan volgens hem niet worden verlangd dat zij in Nederland een anbi-status aanvragen.

Registratievoorwaarde

De man beroept zich op het arrest Persche van het Hof van Justitie. Hij stelt dat de buitenlandse instellingen ook voldoen aan de Nederlandse materiële voorwaarden voor een anbi-status. Vanwege de bewerkelijkheid van het registratietraject kan van buitenlandse instellingen niet in redelijkheid worden verlangd dat zij in Nederland een aanvraag indienen. De registratievoorwaarde vormt daarom een belemmering van het vrije kapitaalverkeer.

Geen onderscheid

Het gerechtshof verwerpt dit betoog. De wet maakt geen onderscheid naar vestigingsplaats en de procedure is niet onredelijk bezwarend. De Hoge Raad oordeelt dat de registratievoorwaarde juridisch geen onderscheid maakt naar vestigingsplaats. Zowel in Nederland als in andere lidstaten gevestigde instellingen kunnen verzoeken om als anbi te worden aangemerkt. Ook van een indirect onderscheid is geen sprake. De voorwaarde treft naar haar aard buitenlandse instellingen niet meer dan binnenlandse instellingen. Dat de aanvraagprocedure bewerkelijk is, geldt evenzeer voor Nederlandse instellingen. Van de gestelde voorwaarden kan niet worden gezegd dat buitenlandse instellingen daarvan in feite worden uitgesloten doordat het voor hen onmogelijk of uiterst moeilijk zou zijn eraan te voldoen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen.

Bronvermelding

  • datum: 12 februari 2026
  • bureau: Hoge Raad
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:HR:2026:136

Misschien ook intressant

Arbeidsrecht
Verplichte aanwezigheid voor aanvang dienst is betaalde werktijd
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van een werkgever tegen een uitspraak van Hof Den Haag zonder nadere motivering ongegrond verklaard. De procedure betrof de loonvordering van een werknemer van een callcenter. Volgens de planningsregels van
Inkomstenbelasting
Stand van zaken Wet rechtsherstel box 3 en Overbruggingswet box 3
De staatssecretaris van Financiën heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet box 3. Naar aanleiding van rechtspraak van de Hoge Raad moeten belastingplichtigen
Ondernemingswinst
Geen vrijval van herinvesteringsreserve door weigering van vergunning
Een tuinbouwer heeft een gedeelte van zijn grond verkocht en een herinvesteringsreserve (hierna: HIR) gevormd om belastingheffing over de verkoopwinst uit te stellen. De herinvesteringsreserve moest uiterlijk in 2014 worden afgeboekt op vervangende