Terug

Geen rente bij eigen fout

21 mei 2026
Omzetbelasting

Een bv draagt jarenlang Nederlandse btw af voor afstandsverkopen aan Belgische particulieren. Achteraf blijkt dat de omzetdrempel voor afstandsverkopen is overschreden, waardoor de btw in België verschuldigd is. De Belgische Belastingdienst legt naheffingsaanslagen op, die de bv betaalt. De bv dient vervolgens suppletieaangiften in en vraagt de in Nederland afgedragen btw terug. De inspecteur betaalt een bedrag van € 1,4 miljoen terug.

De bv verzoekt vervolgens om vergoeding van invorderingsrente over de terugbetaalde bedragen. De ontvanger wijst dit verzoek af, omdat het niet tijdig is ingediend. De rechtbank verklaart de beroepen van de bv gegrond en kent een rentevergoeding toe. In hoger beroep stelt de ontvanger dat de verantwoordelijkheid voor de juiste btw-afdracht bij de bv zelf ligt. De foutieve toepassing van de regeling voor afstandsverkopen is geheel te wijten aan de bv. Volgens de ontvanger hoeft hij geen invorderingsrente te vergoeden, omdat de belasting niet in strijd met het Unierecht is geheven. 

Voor de vraag of belasting in strijd met het Unierecht is geheven, is het arrest 'Dinkelland' relevant, zo oordeelt het hof. Het hof leidt hieruit af dat het wel degelijk van belang is of de ondernemer een verwijt kan worden gemaakt. In deze zaak is niet in geschil dat de aanvankelijk aangegeven en afgedragen btw een vergissing van de bv was en niet te wijten aan de inspecteur. Hoewel 'Dinkelland' over voorbelasting ging, ziet het hof geen reden om een onderscheid te maken. De teruggegeven btw kwalificeert daarom niet als in strijd met het Unierecht geheven belasting. De bv heeft geen recht op vergoeding van invorderingsrente.

Bronvermelding

  • datum: 21 mei 2026
  • bureau: Gerechtshof 's-Hertogenbosch
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHSHE:2026:1129

Misschien ook intressant

Ondernemingswinst
Wie stelt moet bewijzen, ook na afloop van de bewaarplicht
In het belastingrecht geldt doorgaans dat de inspecteur de bewijslast draagt voor het vaststellen van belastbare feiten, terwijl de belastingplichtige de bewijslast draagt voor aftrekposten, vrijstellingen of andere belastingvoordelen zoals
Formeel recht
Hoger beroep toch op tijd door feestdag
De termijn voor het indienen van een hoger beroepschrift bedraagt zes weken. Die termijn begint te lopen vanaf de dag na de verzending van de uitspraak van de rechtbank. De Algemene termijnenwet (Atw) bepaalt dat als de laatste dag van een termijn op
Inkomstenbelasting
Rendementspercentage omhoog, heffingsvrij vermogen omlaag in 2026
Het nieuwe box 3-stelsel, waarin belasting wordt geheven over het werkelijke rendement op vermogen, is uitgesteld tot ten minste 2028. Om deze budgettaire tegenvaller op te vangen, voert het kabinet vanaf 2026 aanpassingen door binnen het huidige