Terug

Geen renteaftrek bij verlengde looptijd na oversluiten hypotheek

12 februari 2026
Inkomstenbelasting

Een man koopt in 2014 een woning en financiert deze met een hypothecaire lening. Deze lening heeft een looptijd tot 2045 en kwalificeert als een 'eigenwoningschuld'. In 2021 sluit de man deze lening over naar een andere geldverstrekker. De nieuwe lening krijgt echter opnieuw een looptijd tot 2051. Wanneer de man zijn aangifte inkomstenbelasting indient, claimt hij aftrek van de rente en financieringskosten van deze nieuwe lening. De inspecteur accepteert deze aftrekposten niet, omdat de looptijd van de overgesloten lening te lang is.

Looptijd aangepast

De man stelt dat de overgesloten hypotheek alsnog met terugwerkende kracht als eigenwoningschuld moet gelden. Hij wijst erop dat de lening in 2024 is aangepast, waardoor een deel van de lening wel voldoet aan de oorspronkelijke einddatum van 2045. Deze aanpassing vond plaats voordat de aanslag voor 2021 onherroepelijk vaststond. Daarnaast bepleit de man een proportionele aftrek van de financieringskosten. Volgens hem kwalificeert de lening voor 26 van de 30 jaar wel als eigenwoningschuld, waardoor een deel van de kosten aftrekbaar zou moeten zijn.

Wettelijke vereisten

De rechtbank legt uit dat een schuld alleen een eigenwoningschuld is als deze tijdens de looptijd wordt afgelost en de looptijd maximaal 360 maanden bedraagt. Bij het oversluiten van een lening mag de looptijd van de nieuwe schuld niet langer zijn dan de resterende looptijd van de oorspronkelijke schuld. De rechtbank stelt vast dat de nieuwe lening in 2021 opnieuw een looptijd van 360 maanden kreeg, zonder rekening te houden met de reeds verstreken looptijd van de eerdere lening. De lening had maximaal tot 2045 mogen lopen om als eigenwoningschuld te kwalificeren.

Geen terugwerkende kracht of proportionele aftrek

De rechtbank volgt de man niet in zijn stelling dat de latere aanpassing van de lening in 2024 met terugwerkende kracht geldt voor 2021. De aflossingsverplichtingen moeten bij het aangaan van de schuld zijn overeengekomen in de leningovereenkomst. Hoewel de looptijd later is aangepast, ging deze wijziging pas in september 2024 in. Voor het jaar 2021 voldeed de lening niet aan de wettelijke voorwaarden en dit kan niet met terugwerkende kracht worden hersteld. Ook het argument voor een proportionele aftrek van financieringskosten wordt afgewezen. De wet voorziet niet in een dergelijke verdeling van aftrekbaarheid.

Bronvermelding

  • datum: 12 februari 2026
  • bureau: Rechtbank Midden-Nederland
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBNNE:2026:30

Misschien ook intressant

Dividendbelasting
Rechtbank bevestigt UBO-status ondanks complexe structuur
Het enkele feit dat aandelen formeel door een foundation worden gehouden, betekent niet automatisch dat er geen sprake is van een aanmerkelijk belang. De rechtbank hanteert een feitelijke benadering waarbij alle omstandigheden in onderlinge samenhang
Successiewet
Schenkbelasting bij verkoop aan ex, geen natuurlijke verbintenis
Louter persoonlijke overwegingen of gezinsbelangen zijn onvoldoende voor vrijstelling van schenkbelasting. Ondernemers die goederen willen overdragen aan hun partner, ter bescherming tegen crediteuren, doen er goed aan de schenkbelastinggevolgen te
Inkomstenbelasting
KVK: ‘Idee dat bv risico’s van schijnzelfstandigheid vermijdt klopt niet’
De Kamer van Koophandel (KVK) heeft onlangs het Trendrapport tweede kwartaal 2025 gepubliceerd. Een trend die de KVK hierin signaleert, is dat steeds meer starters kiezen voor een besloten vennootschap (bv). In het tweede kwartaal van 2025 waren dit