Terug

Gerechtshof: Uber chauffeurs zijn niet altijd werknemer

29 januari 2026
Arbeidsrecht

Het gerechtshof Amsterdam wijst de vorderingen van FNV dat alle chauffeurs of groepen van chauffeurs van Uber werknemer zijn af. Het hof oordeelt dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, zelfstandig ondernemer en geen werknemer zijn. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Het hof overweegt verder dat het wel mogelijk is dat individuele chauffeurs van Uber werken op basis van een arbeidsovereenkomst. In deze procedure heeft het hof dat niet voor individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen.

De rechtbank besliste eerder dat alle Uber-chauffeurs werknemers zijn. Daarop ging Uber in hoger beroep. In het hoger beroep stelde het gerechtshof prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Die hadden betrekking op de betekenis van ondernemerschap bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie en op de procedure om die kwalificatie voor een groep werkenden vast te stellen. De Hoge Raad antwoordde dat hij in zijn Deliveroo-arrest geen rangorde heeft willen aanbrengen in de daarin genoemde relevante omstandigheden, dat dat ook geldt voor ondernemerschap, en dat het zich kan voordoen dat de arbeidsrelatie van de ene werkende anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden die dezelfde werkzaamheden verrichten. Volgens de Hoge Raad kan de rechter geen algemeen oordeel over de kwalificatie geven indien de individuele omstandigheden van de (groepen) werkenden daarvoor te veel uiteenlopen. Voor zover er wel een oordeel kan worden gegeven voor bepaalde (groepen) werkenden, kan de rechter dit in de beslissing van de uitspraak tot uitdrukking brengen.

Bronvermelding

  • datum: 29 januari 2026
  • bureau: Gerechtshof Amsterdam
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHAMS:2026:163

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Geen renteaftrek, ondanks snelle aflossing hypotheek
Een man koopt in 2015, samen met zijn echtgenote, een woning. Zij sluiten hiervoor een hypotheek af bij een bank. Het betreft een annuïtaire lening met een looptijd van 30 jaar. In 2019 besluit de man een deel van de hypotheek af te lossen. Hij sluit
Vennootschapsbelasting
Schuld aan jezelf verdwijnt en levert belastbare winst op
Een bv koopt voor € 2.500 een vordering van ruim € 6 miljoen op zichzelf. Die vordering verdwijnt daardoor: je kunt immers geen schuld aan jezelf hebben. De inspecteur ziet dit als een voordeel en heft vennootschapsbelasting over het verschil. De bv
Loonbelasting
Schenking aandelen aan trouwe werknemer is geen loon
Een werknemer krijgt na jaren trouwe dienst alle aandelen van zijn werkgever geschonken. De aandelen zijn € 7,8 miljoen waard. De inspecteur merkt dit bedrag aan als loon uit dienstbetrekking. De werknemer heeft immers geen familieband met de