Terug

Gevolgen leegstand voor gemeentelijke heffingen

15 mei 2025
Overige heffingen

Een notaris gaat in 2018 met pensioen. Het kantoorpand wordt sindsdien niet meer gebruikt en heeft een langdurige periode zonder resultaat te koop en te huur gestaan. Gedurende deze periode werd door de voormalige notaris wel water verbruikt, maar alleen om het kantoorpand en perceel schoon te houden. In 2023 is het kantoorpand verkocht aan een projectontwikkelaar. De notaris krijgt in 2023 aanslagen voor de onroerendezaakbelasting (OZB), rioolheffing en zuiveringsheffing. De notaris is het hier niet mee eens. Hij stelt dat hij in 2023 geen gebruik maakte van het kantoorpand, wat essentieel is voor het vaststellen van de belastingen. De heffingsambtenaar stelt dat simpelweg eigendom hebben van het pand voldoende is. 

Het hof stelt dat het begrip gebruik voor belastingheffingen specifiek moet worden beoordeeld in de context van de betreffende wetgeving en rechtspraak. Bij de OZB en de rioolheffing wordt gebruik geïnterpreteerd als het feitelijk en duurzaam benutten van een object. Dit houdt in dat er meer moet zijn dan alleen eigendom of beschikbaarheid. Er moet sprake zijn van daadwerkelijk gebruik. Het schoonhouden en het aanwezig zijn van beperkte waterafvoer voldoet niet aan deze definitie van gebruik. Het hof vernietigt de aanslagen OZB en rioolheffing.

Voor de zuiveringsheffing oordeelt het hof anders. Hier is het enkele feit van afvoer van water voldoende om als belastingplichtige te worden aangemerkt. De notaris had de feitelijke beschikkingsmacht over het pand, wat hem aansprakelijk maakt voor de heffing. Wel wordt de hoogte van de aanslag aangepast van drie naar één vervuilingseenheid, gelet op het beperkte waterverbruik.

De uitleg van gebruik kan variëren per type heffing, afhankelijk van wetgeving en jurisprudentie. Dit onderscheid resulteerde hier in een gedeeltelijk succes voor de notaris. De OZB en rioolheffing werden vernietigd, terwijl de zuiveringsheffing deels werd gehandhaafd.

Bronvermelding

  • datum: 15 mei 2025
  • bureau: Gerechtshof 's-Hertogenbosch
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHSHE:2025:1089

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Ook na verliesverrekening kan de verdeling niet worden aangepast
Een man en een vrouw zijn fiscale partners van elkaar. De inspecteur legt in 2016 aanslagen inkomstenbelasting op voor het jaar 2015. In 2018 lijdt de vrouw een ondernemingsverlies. Dit verlies wordt in 2020 achterwaarts verrekend met haar inkomen
Omzetbelasting
Stichting, die tuchtcolleges ondersteunt, is btw-ondernemer
Een stichting ondersteunt de tuchtcolleges voor de advocatuur. De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) betaalt hiervoor een jaarlijkse bijdrage. De stichting meent dat zij geen btw-ondernemer is, omdat zij niet zelfstandig opereert en haar diensten
Successiewet
Verhuur bedrijfspanden kwalificeert niet voor bor
Een vader overlijdt in november 2016 en laat zijn zoon en dochter achter als erfgenamen, ieder voor de helft van de nalatenschap. Tot de nalatenschap behoren alle aandelen in de bv van de vader die acht bedrijfspanden bezit in dezelfde plaats. Twee