Terug

Grenzen aan herstel ambtelijk verzuim gebruikelijk loon via LB

15 oktober 2026
Loonbelasting

Een broer en zijn zus bezitten in 2020 ieder de helft van de aandelen in een bv. De zus verricht werkzaamheden voor de bv via haar eenmanszaak. De broer is dga en verricht zijn werkzaamheden voor de bv deels in loondienst en deels via zijn eenmanszaak. Op 24 december 2022 legt de inspecteur aan de zus een navorderingsaanslag IB 2020 op, maar daarin neemt hij geen gebruikelijk loon op.

Gebruikelijk loon

De inspecteur stelt vervolgens boekenonderzoeken in bij de bv naar de loonheffingen (LB) over 2019 en 2020. Uit deze onderzoeken blijkt dat het gebruikelijk loon van zowel de zus als de broer niet correct is vastgesteld. Voor de zus concludeert de inspecteur dat haar gebruikelijk loon € 34.125 bedraagt. Voor de broer concludeert hij dat zijn loon moet worden verhoogd met € 23.333 naar € 46.000. De bv krijgt een correctieverplichting opgelegd. Omdat zij daar niet aan voldoet, legt de inspecteur op 23 februari 2023 een naheffingsaanslag LB op aan de bv.

Ambtelijk verzuim bij zus

In de zaak van de zus stelt het hof vast dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door het gebruikelijk loon niet mee te nemen in de navorderingsaanslag IB 2020. Vanaf dat moment is de inspecteur niet langer bevoegd om over dit gebruikelijk loon na te vorderen bij de zus. De naheffingsaanslag LB die de inspecteur vervolgens aan de bv oplegt, vormt een poging om dit alsnog te corrigeren. Het hof oordeelt dat de wet voorkomt dat de Belastingdienst een ambtelijk verzuim in de IB, waardoor navordering niet meer mogelijk is, via een omweg kan herstellen door alsnog een naheffingsaanslag LB op te leggen aan de inhoudingsplichtige, de bv.

Correctie bij broer

In de zaak van de broer oordeelt het hof dat de inspecteur wél bevoegd is om een naheffingsaanslag voor het aanvullende gebruikelijk loon op te leggen. Volgens het hof leidt het feit dat het gebruikelijk loon niet is gecorrigeerd in de aanslag van de broer niet automatisch tot een ambtelijk verzuim. De inspecteur mag uitgaan van de juistheid van de aangifte, tenzij daarover redelijke twijfel bestaat. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Bronvermelding

  • datum: 15 oktober 2026
  • bureau: Gerechtshof 's-Hertogenbosch
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHSHE:2026:1946 en 1947
60b2d29086e563c770040fb2a7480156

Misschien ook intressant

Overdrachtsbelasting
Fiscale risico's bij schuiven met panden: wat u moet weten
In de complexe wereld van belastingen en onroerend goed kan het schuiven met panden aanzienlijke fiscale gevolgen met zich meebrengen. Het is essentieel om goed geïnformeerd te zijn over de potentiĆ«le risico's voordat u besluit tot een
Ondernemingswinst
Evaluatie landbouwvrijstelling
Onlangs is een periodieke evaluatie van de landbouwvrijstelling uitgevoerd. Het rapport van de evaluatie is aan de Tweede Kamer aangeboden. Volgens het onderzoeksbureau SEO is de regeling niet doeltreffend en ook niet doelmatig. De regeling kan
Formeel recht
Moeten alle op de zaak betrekking hebbende stukken worden opgestuurd?
De heffingsambtenaar heeft een aanslag onroerendezaakbelastingen opgelegd. De belanghebbende is het met de hoogte van de WOZ-waarde niet eens en vraagt de heffingsambtenaar om een schriftelijke onderbouwing van de waarde. De heffingsambtenaar zet de