Terug

Inbreng niet geruisloos door gemiste voorwaarden

21 mei 2026
Inkomstenbelasting

Twee broers drijven een koolverwerkingsbedrijf in maatschapsvorm. Op 30 maart 2020 voeren zij een omvangrijke herstructurering door. Ieder richt een persoonlijke holding op en brengt zijn maatschapsaandeel daarin in. De holdings richten vervolgens een gezamenlijke bv op waarin zij ieder 50% van de aandelen houden. De holdings brengen vervolgens hun maatschapsaandeel in die gezamenlijke bv in. Die bv richt op haar beurt een werk-bv op en brengt de onderneming daarin in. Het bedrijfspand met stille reserves blijft achter in de gezamenlijke bv. Dit alles gebeurt op dezelfde dag.

Geheel van rechtshandelingen

De inspecteur wijst het verzoek om geruisloze omzetting af. De inbreng maakt deel uit van een geheel van rechtshandelingen, gericht op overdracht van de onderneming. De geruisloze omzetting vereist dat de onderneming wordt voortgezet door de entiteit waarin wordt ingebracht. In dit geval is dat de persoonlijke holding, maar die zet de onderneming niet voort. De onderneming belandt uiteindelijk in de werk-bv.

Geen fiscale eenheid, geen bedrijfsfusie

Het Besluit geruisloze omzetting biedt een escape: de dooroverdracht staat niet in de weg aan de faciliteit als sprake is van een fiscale eenheid of een bedrijfsfusie. Bij een belang van 50% is een fiscale eenheid tussen de persoonlijke holding en de gezamenlijke bv echter niet mogelijk. De bedrijfsfusiefaciliteit biedt evenmin soelaas. Door de onmiddellijke doorinbreng bij de holdings is geen sprake van een uit organisatorisch oogpunt onafhankelijke exploitatie. Het achtergebleven bedrijfspand kwalificeert niet als tak van bedrijvigheid.

Fout van de adviseur

De broers doen een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Materieel gaat geen belastingclaim verloren. Bovendien heeft hun adviseur verzuimd tijdig een fiscale eenheid aan te vragen. Dat kan hen toch niet worden aangerekend? De rechtbank gaat hier niet in mee. De inspecteur heeft bij de toepassing van het Besluit geruisloze omzetting geen discretionaire bevoegdheid. Het Besluit biedt geen ruimte voor een belangenafweging. De inspecteur toetst alleen of aan de voorwaarden is voldaan. Dat is niet het geval. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens. Dat de inspecteur de aanslag aan de gezamenlijke bv conform de aangifte heeft opgelegd, kan bij de broers geen vertrouwen wekken.

Bronvermelding

  • datum: 21 mei 2026
  • bureau: Rechtbank Noord-Holland
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBNHO:2026:2151

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Waardebepaling van aanmerkelijk belang bij remigratie
Een erflater is in 1991 naar BelgiĆ« geĆ«migreerd. In 1994 heeft hij een aanmerkelijk belang van 50% van de aandelen in een Nederlandse bv verkregen. In 2003 remigreerde de erflater naar Nederland. Op dat moment waren de aandelen € 611.640 waard.
Omzetbelasting
Recht op aftrek btw op draagconstructie woning en op zonnepanelen bij verhuur woning?
Een ondernemer voor de omzetbelasting heeft twee woningen laten bouwen. De ene is bestemd als eigen woning en de andere voor de verhuur. De verhuur van een woning is vrijgesteld van omzetbelasting. Het dak van deze tweede verhuurde woning wordt vol
Inkomstenbelasting
Rente over bijgeschreven rente eigenwoningschuld is niet aftrekbaar
De betaalde rente en kosten van de eigenwoningschuld zijn aftrekbaar. Ook rente, die niet is betaald maar is bijgeschreven op de hoofdsom en daardoor rentedragend is geworden, komt in beginsel voor aftrek in aanmerking. De eigenwoningschuld is het