Terug

KVK: ‘Idee dat bv risico’s van schijnzelfstandigheid vermijdt klopt niet’

24 juli 2025
Inkomstenbelasting

De Kamer van Koophandel (KVK) heeft onlangs het Trendrapport tweede kwartaal 2025 gepubliceerd. Een trend die de KVK hierin signaleert, is dat steeds meer starters kiezen voor een besloten vennootschap (bv). In het tweede kwartaal van 2025 waren dit er 10.611, een stijging van 21% ten opzichte van het tweede kwartaal van 2024. De KVK wijst als mogelijke oorzaak op de nieuwe wetten en regels die gelden voor eenmanszaken, zoals de handhaving op schijnzelfstandigheid. 

Sergej Schuurman, jurist en contentredacteur bij de KVK, legt hierover uit: ‘Er heerst een idee dat met een bv risico’s omzeild worden als het gaat om de beoordeling bij schijnzelfstandigheid, maar dat is pertinent niet waar. Er gelden dezelfde beoordelingscriteria voor een eenmanszaak en een bv. Zo mag er bijvoorbeeld ook bij een bv geen gezagsverhouding zijn tussen de opdrachtgever en de zelfstandige’.
 

Bronvermelding

  • datum: 24 juli 2025
  • bureau: Overig
  • karakter: persbericht
17b35dd76ebdc2541ff18a62d38bc9ca

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Wanneer kunnen fiscale partners de onderlinge verdeling van inkomsten bepalen of herzien bij navord
De Wet IB 2001 bepaalt dat fiscale partners de onderlinge verhouding van de verdeelbare posten gezamenlijk kunnen wijzigen. Dat kan in beginsel tot het moment waarop de aanslag, navorderingsaanslag, conserverende aanslag of conserverende
Inkomstenbelasting
Villatax is geen ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht
Wie een eigen woning heeft, dient inkomstenbelasting te betalen over het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit forfait bedraagt 0,35% van de WOZ-waarde van de woning, voor zover deze ligt tussen € 75.000 en € 1.310.000 (2024). Is de WOZ-waarde
Formeel recht
Belastingrente van 8% voor vennootschapsbelasting onverbindend
Belastingrente De Belastingdienst brengt belastingrente in rekening wanneer een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) wordt vastgesteld na zes maanden na afloop van het tijdvak waarop de aanslag betrekking