Terug

Lening met lage rente blijkt te hoog gewaardeerd

24 september 2026
Vennootschapsbelasting

Een financieringsvennootschap krijgt binnen het concern een vordering van $ 207,7 miljoen op een werkmaatschappij in Kazachstan. De rente ligt ver onder de marktrente en de werkmaatschappij hoeft pas in 2031 iets te betalen. Als de vennootschap in 2018 naar Hongarije verhuist, claimt zij op die vordering een verlies van $ 37,6 miljoen. Het hof vindt dat verlies niet aftrekbaar. De vordering had vanaf het begin voor een lager bedrag op de balans moeten staan en dan is er bij vertrek geen verlies.

Minder waard dan op papier

De waarde van een vordering is niet altijd gelijk aan de nominale waarde. Stel dat iemand belooft je over vijftien jaar € 100 terug te betalen, zonder rente. Een koper betaalt daar vandaag flink minder voor, want elders levert zijn geld rente op. Die lagere prijs heet de contante waarde. De werkmaatschappij betaalt 0,1 procentpunt boven het interbancaire tarief, terwijl partijen een opslag van 2,75 procentpunt zakelijk vinden. Betalen hoeft pas op 1 februari 2031. De contante waarde van de vordering is daardoor fors minder dan $ 207,7 miljoen.

Afrekenen bij vertrek

De vennootschap zet de vordering toch voor het volle bedrag op haar balans. Voor de Belastingdienst telt zij elk jaar een zakelijke rente bij haar winst. Op 25 juli 2018 verhuist haar feitelijke leiding naar Hongarije. Bij zo'n vertrek moet er worden afgerekend alsof de vennootschap haar bezittingen verkoopt tegen de werkelijke waarde. Voor de vordering is dat $ 170,1 miljoen. Het verschil met de balanswaarde neemt de vennootschap als verlies. De inspecteur weigert de aftrek.

Meteen de lagere waarde

Volgens het hof verkrijgt de vennootschap de vordering op 9 december 2016 door een overdracht binnen het concern. Een nieuwe bezitting hoort op de balans voor haar werkelijke waarde. Hier is dat de contante waarde. Doorslaggevend is dat vóór 2031 niets opeisbaar is. Daardoor staat al bij de verkrijging vast hoeveel rente de vennootschap misloopt. Elk jaar groeit de waarde daarna richting het volle bedrag, en die groei telt als winst.

Fout alsnog hersteld

De vordering staat dus sinds 2016 te hoog op de balans. Zo'n balansfout mag de inspecteur herstellen in het oudste jaar dat nog openstaat. Hier is dat 2018: over 2017 heeft hij na de rechtbankuitspraak geen belang bij hoger beroep. Op 1 januari 2018 staat de vordering daarom voor de contante waarde van $ 166,5 miljoen op de balans. Met een waarde van $ 170,1 miljoen bij vertrek is er dus geen verlies. 

Bronvermelding

  • datum: 24 september 2026
  • bureau: Gerechtshof Amsterdam
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHAMS:2026:2366
39e0c07721ca94a12d0c05a0f535396c

Misschien ook intressant

Omzetbelasting
Kosten eHerkenning proportioneel en gerechtvaardigd
Een ondernemer met een bv weigert kosten te maken voor eHerkenning. Hierdoor kan hij geen btw-aangifte doen. De Belastingdienst legt daarom naheffingsaanslagen met boetes op. De ondernemer is het hier niet mee eens en gaat in beroep. Volgens hem is
Omzetbelasting
Belastingdienst gaat controleren op te vroege btw-aangiften
De Belastingdienst krijgt soms btw-aangiften te vroeg binnen en kan deze aangiften niet automatisch verwerken. De Belastingdienst past daarom de procedure aan voor de indiening van btw-aangiften. Vanaf 27 mei 2025 zal de Belastingdienst btw-aangiften
Inkomstenbelasting
Geen ambtshalve vermindering bij nieuwe jurisprudentie
Een Litouwse zeevarende vraagt de Belastingdienst om ambtshalve vermindering van zijn aanslag inkomstenbelasting 2015, maar krijgt nul op rekest bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De zeevarende werkt in 2015 voor een in Nederland gevestigde