Terug

Liquidatie bv leidt tot navordering pensioen en stamrecht

29 oktober 2026
Inkomstenbelasting

Een dga liquideert in februari 2020 zijn bv, waarin een pensioenaanspraak in eigen beheer en een stamrecht aanwezig zijn. De bv heeft op dat moment een vordering van € 117.190 op de dga. In zijn aangifte 2020 vermeldt de dga geen inkomen uit stamrecht. De inspecteur stelt dat de dga het pensioen- en stamrecht heeft prijsgegeven. Omdat slechts € 117.190 daarvan voor verwezenlijking vatbaar is (door verrekening met de vordering), is alleen dat bedrag tot het inkomen gerekend. De inspecteur legt hiervoor een navorderingsaanslag op.

Nieuw feit

De dga stelt dat er geen sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt en dat de inspecteur eerder onderzoek had moeten doen. Ook vindt hij dat de berekende waarde van het pensioenrecht niet reëel is, omdat er geen geld meer in de bv zit. De rechtbank oordeelt dat de liquidatie van de bv een nieuw feit vormt, omdat de inspecteur pas na de vpb-aangifte van de bv over de benodigde informatie beschikte. De dga heeft de vereiste aangifte niet gedaan, omdat hij de waarde van het stamrecht niet heeft aangegeven. Hij was door zijn adviseur gewaarschuwd dat hij niet van de bv af kon vanwege het stamrecht, maar heeft ervoor gekozen de bv desondanks te liquideren. Hierdoor wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard. De inspecteur heeft de navorderingsaanslag op een redelijke schatting gebaseerd, welke de dga niet overtuigend heeft kunnen weerleggen.

Arbeidsongeschiktheid 

Onder bepaalde voorwaarden kan een aanspraak op lijfrente geheel of gedeeltelijk worden afgekocht, zonder dat revisierente verschuldigd is. Een van die voorwaarden is dat de belastingplichtige langdurig arbeidsongeschikt is. De dga betoogt dat er ten onrechte geen rekening is gehouden met zijn arbeidsongeschiktheid, net zoals bij de afkoop van een lijfrente. De rechtbank volgt dit betoog niet. Er is hier geen sprake van 'afkoop', maar van 'prijsgeven'. De wettekst biedt geen ruimte voor de door de dga voorgestane ruime uitleg. Ook maakt hij niet aannemelijk dat de revisierente voor hem een buitensporige last vormt.

Bronvermelding

  • datum: 29 oktober 2026
  • bureau: Rechtbank Gelderland
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBGEL:2026:7933
191a88f29c0e92ed8805dc53fa15c960

Misschien ook intressant

Sociale verzekeringen
Wettelijke regels berekening WIA-dagloon zijn discriminerend
Een WW- en een WIA-uitkering worden berekend op basis van het dagloon. Dat is het loon, dat in het refertejaar is verdiend, gedeeld door het aantal dagloondagen in het refertejaar. Bij de berekening van het dagloon voor een WIA-uitkering worden ook
Formeel recht
Rechter moet gelegenheid tot herstel bieden als geldigheid machtiging is verstreken
De rechtbank Amsterdam heeft in drie zaken het ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de geldigheid van de machtiging was verstreken. Het beroep is volgens de rechtbank ingediend door iemand die daartoe niet is gemachtigd. Hof Amsterdam
Sociale verzekeringen
Loonsanctie terecht opgelegd; bedrijfsarts heeft te weinig onderzoek gedaan
In de Wet WIA is bepaald dat het UWV achteraf beoordeelt of werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben verricht. Als zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht, legt het UWV de werkgever een