Terug

Managementvergoeding en stamrecht zijn niet uitwisselbaar

12 maart 2026
Inkomstenbelasting

Een dga ontvangt al jaren een managementvergoeding van zijn holding voor zijn werk als directeur. Daarnaast heeft hij recht op stamrechtuitkeringen van zijn pensioen-bv. De uitkeringen hadden uiterlijk in 2017 moeten ingaan, toen hij de AOW-leeftijd bereikte. Dat gebeurt echter niet. De man blijft fulltime werken als directeur en ontvangt een managementvergoeding van zijn holding.

Stamrecht te laat ingegaan

De inspecteur constateert dat het stamrecht te laat is ingegaan. Normaal gesproken leidt dat tot belastingheffing over de volledige waarde van de aanspraak in één keer, plus 20% revisierente. De inspecteur biedt echter een alternatief: herstel de situatie door alsnog stamrechtuitkeringen aan te geven vanaf 2018. De dga kiest voor het alternatief, maar wil de managementvergoeding met terugwerkende kracht verlagen. Zijn redenering: als hij alsnog stamrechtuitkeringen moet aangeven, mag hij zijn managementvergoeding navenant verlagen. Per saldo blijft zijn inkomen dan gelijk.

Twee vennootschappen, twee titels

De inspecteur weigert. De managementvergoeding is de betaling voor zijn werk als directeur en komt van de holding. De stamrechtuitkering is de betaling uit zijn oude ontslagvergoeding en komt van de pensioen-bv. Dit zijn twee verschillende vennootschappen met twee verschillende redenen om te betalen. Je kunt de ene niet wegstrepen tegen de andere.

Ontvangen blijft ontvangen

Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank. De dga heeft de managementvergoeding ontvangen en de holding heeft loonheffingen ingehouden en afgedragen. Daarmee is het loon genoten. Dat is een feit waaraan je achteraf niet kunt morrelen. De dga stelt dat sprake is van een fout die hersteld moet worden. Het hof ziet dat anders. Er is geen fout, maar een gewijzigd standpunt. Het achteraf verlagen van de vergoeding zou hooguit leiden tot negatief loon in het jaar van terugbetaling. Het doet niets af aan het feit dat de dga het loon in 2018 en 2019 al heeft genoten.

Bronvermelding

  • datum: 12 maart 2026
  • bureau: Gerechtshof Den Haag
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHDHA:2026:134

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Onderzoek gevolgen beperking vrijstelling groen beleggen per 1 januari 2025
Bij de behandeling van het Belastingplan 2024 heeft de Tweede Kamer een amendement aangenomen om de vrijstelling voor groen beleggen per 2025 te verlagen van € 71.251 naar € 30.000. Het betreft een dekkingsmaatregel voor aanpassingen in de
Toeslagen
Bedragen kinderbijslag per 1 juli 2024
De bedragen van de Algemene Kinderbijslagwet worden halfjaarlijks gewijzigd. Met ingang van 1 juli 2024 gelden de volgende bedragen: De kinderbijslag voor een kind, dat jonger is dan 6 jaar, is € 281,69 per kwartaal. De kinderbijslag voor
Formeel recht
Inzage in fiscaal dossier niet voor 1 januari 2026
Bij de behandeling van het Belastingplan 2024 is een amendement aangenomen dat belastingplichtigen het recht geeft op inzage in het eigen dossier. Dit amendement wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De staatssecretaris van Financiën