Terug

Minimumloon per 1 januari 2025

17 oktober 2024
Sociale verzekeringen

De minister van SZW heeft het minimumuurloon per 1 januari 2025 vastgesteld op € 14,06. Het referentiemaandloon, dat wordt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte van diverse uitkeringen, bedraagt per 1 januari 2025 bruto € 2.191,80.

Voor het minimum(jeugd)loon gelden de volgende bedragen:

Leeftijd

Staffeling

Per uur

 21 jaar en ouder

 100,0%

 € 14,06

 20 jaar

 80,0%

 € 11,25

 19 jaar

 60,0%

 € 8,44

 18 jaar

 50,0%

 € 7,03

 17 jaar

 39,5%

 € 5,55

 16 jaar

 34,5%

 € 4,85

 15 jaar

 30,0%

 € 4,22

Voor jongeren, die werken in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), gelden afwijkende bedragen voor bepaalde leeftijden, zie onderstaande tabel.

Leeftijd

Staffeling

Per uur

 20 jaar

 61,5%

 € 8,65

 19 jaar

 52,5%

 € 7,38

 18 jaar

 45,5%

 € 6,40

Bronvermelding

  • datum: 17 oktober 2024
  • bureau: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  • karakter: besluit
  • nummer: nr. 2024-0000675332, Staatscourant 2024 nr. 33625
ccc151d56359a62e88d469822219618d

Misschien ook intressant

Omzetbelasting
Grootboekkaarten volstaan niet voor aftrek voorbelasting
Een bv brengt over de jaren 2014 tot en met 2017 forse bedragen aan voorbelasting in aftrek. Bij een boekenonderzoek blijkt dat zij voor een groot deel van die aftrek geen facturen kan overleggen. De bv verwijst naar haar grootboekkaarten, maar de
Inkomstenbelasting
Geen box 3-vermindering voor niet-bezwaarmakers 2017-2020
Een belastingaanslag waarbij voor de jaren 2017 tot en met 2020 te veel inkomstenbelasting in box 3 is geheven, hoeft niet te worden verminderd als die aanslag definitief is komen vast te staan vóór het zogenoemde Kerstarrest van de
Arbeidsrecht
Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen. Dit wetsvoorstel wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek door het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij