Terug

Minimumuurloon per 1 juli 2026 naar € 14,99

12 mei 2026
Arbeidsrecht

De bedragen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden halfjaarlijks gewijzigd. Per 1 juli 2026 bedraagt het minimumuurloon voor iemand van 21 jaar of ouder € 14,99.

Minimumjeugdloon

Voor mensen die jonger zijn dan 21 jaar, gelden van het wettelijk minimumuurloon afgeleide bedragen.

Leeftijd Staffeling Per uur

21 jaar en ouder

100,0%

€ 14,99

20 jaar

80,0%

€ 11,99

19 jaar

60,0%

€ 8,99

18 jaar

50,0%

€ 7,50

17 jaar

39,5%

€ 5,92

16 jaar

34,5%

€ 5,17

15 jaar

30,0%

€ 4,50

Bbl

Voor werknemers, die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), gelden in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar afwijkende bedragen.

Leeftijd Staffeling Per uur

 20 jaar

 61,5% 

 € 9,22 

 19 jaar

 52,5% 

 € 7,87 

 18 jaar

 45,5% 

 € 6,82 

Referentiemaandloon

Het referentiemaandloon, dat wordt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte en de indexatie van diverse uitkeringen, bedraagt per 1 juli 2026 bruto € 2.337,00 per maand.

Bronvermelding

  • datum: 12 mei 2026
  • bureau: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
  • karakter: wetswijziging
113eaa2979f31247b234bb5ea363f4de

Misschien ook intressant

Formeel recht
Aanmanen mag pas na afwijzen verzoek kwijtschelding
Een man krijgt een aanslag lokale belastingen. Hij vraagt hiervoor kwijtschelding aan, maar stuurt het toegezonden aanvraagformulier niet terug. Vier weken na het verstrijken van de uiterste betaaldatum krijgt hij een aanmaning, inclusief
Algemeen
Belastingdienst controleert in 2025 extra op zakelijke kosten
De Belastingdienst gaat in 2025 extra aandacht besteden aan de beoordeling van zakelijke kosten, onder andere bij eenpersoons-bv’s. Dit komt voort uit waarnemingen waaruit blijkt dat kostenposten regelmatig verkeerd worden verwerkt en dat leidt tot
Inkomstenbelasting
Negatieve spaarrente is negatief inkomen box 3
Een man doet aangifte inkomstenbelasting. Hij geeft in box 3 een belastbaar inkomen aan van € 207. Omdat de rente op zijn spaarrekening negatief is, maakt hij bezwaar tegen de opgelegde aanslag. Bij de rechter voert hij aan dat zijn werkelijk