Terug

Startersvrijstelling overdrachtsbelasting geldt niet voor verkrijging schoolgebouw

31 oktober 2024
Overdrachtsbelasting

Bij de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken wordt overdrachtsbelasting geheven. De belasting bedraagt in beginsel 10,4% van de waarde van de onroerende zaak. Onder voorwaarden geldt voor de verkrijging van een woning een lager tarief van 2% of een vrijstelling van overdrachtsbelasting (de startersvrijstelling). Een onroerende zaak is voor de overdrachtsbelasting een woning als hij naar zijn aard bestemd is voor bewoning. Dat moet worden bepaald aan de hand van objectieve maatstaven. Indien verbouwingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden, is het aan degene die zich beroept op een wijziging van de aard van de onroerende zaak om te stellen en zo nodig aannemelijk te maken dat de onroerende zaak op het moment van de overdracht naar zijn aard tot woning is bestemd.

De vraag in een procedure voor de rechtbank was of de startersvrijstelling kan worden toegepast op de verkrijging van een voormalige basisschool. De school is aangekocht om te verbouwen tot woning. Ten tijde van de verkrijging was het bestemmingsplan aangepast en hadden al enige verbouwingswerkzaamheden plaatsgevonden. De inspecteur heeft toepassing van de startersvrijstelling geweigerd omdat de onroerende zaak ten tijde van de verkrijging geen woning was. De enige werkzaamheid die voorafgaand aan de levering is verricht, is het ombouwen van een toilet tot een douche. Dat vindt de rechtbank onvoldoende om de aard van de onroerende zaak te wijzigen. Volgens de rechtbank had de onroerende zaak ten tijde van de verkrijging door de belanghebbende nog zijn oorspronkelijk aard. Dat betekent dat terecht het reguliere tarief van 10,4% op de verkrijging is toegepast.

Bronvermelding

  • datum: 31 oktober 2024
  • bureau: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLINLRBZWB20247025, BRE 23/10714

Misschien ook intressant

Successiewet
Beneficiaire aanvaarding beschermt niet tegen erfbelasting
Een vrouw overlijdt in 2022 en laat een testament na uit 1986. Daarin benoemt zij haar echtgenoot en dochter tot erfgenaam, ieder voor de helft. De echtgenoot krijgt een legaat tegen inbreng van de waarde en het vruchtgebruik van de gehele
Inkomstenbelasting
Navordering na geautomatiseerde aanslag terecht
Een vrouw woont in 2019 en 2020 in Italiƫ en ontvangt in die jaren een Ziektewet-uitkering van het UWV. De vrouw doet aangifte voor beide jaren, waarin zij de uitkeringen als 'elders belast' op nihil stelt. De inspecteur legt de aanslagen
Loonbelasting
Rechtbank adviseert klacht tegen UWV wegens te lage loonheffing
Een man ontvangt een aanzienlijke nabetaling van het UWV. De rechtbank concludeert dat de man de nabetaling fiscaal heeft genoten in 2020. Dit komt doordat hij het geld pas in dat jaar in één keer heeft ontvangen en er eerder