Terug

Tijdige aangifte erfbelasting voorkomt rente alleen bij een juiste aangifte

24 september 2026
Successiewet

Een erfgename stelt dat zij geen belastingrente verschuldigd is over de te betalen erfbelasting. De aangifte is immers tijdig ingediend en de inspecteur heeft daarna ruim twee jaar laten verstrijken voordat hij een aanslag oplegt. Daarnaast wijst zij erop dat het werkelijke rendement op het vermogen ongeveer 1% bedraagt, terwijl de rente oploopt tot 7,5%. De inspecteur houdt voet bij stuk. De wettelijke uitzondering geldt alleen als de aanslag overeenkomt met de aangifte. Daarvan is hier geen sprake.

Een te laag saldo

De aangifte is in december 2022 de deur uitgegaan en vermeldt een zuiver saldo van de nalatenschap van € 1,6 miljoen. Het erfdeel van de vrouw is goed voor ruim € 16.000 erfbelasting. Correspondentie met haar gemachtigde levert vanaf mei 2024 een heel ander beeld op. Het zuivere saldo komt uit op bijna € 2,3 miljoen en ook de erfdelen worden anders vastgesteld. De aanslag, met € 11.000 belastingrente, volgt in april 2025.

Alleen bij een gevolgde aangifte

De rechtbank volgt de inspecteur. Bij een aanslag erfbelasting wordt rente berekend vanaf acht maanden na het overlijden. De uitzonderingen in de wet zien uitsluitend op een aanslag die overeenkomstig de aangifte wordt vastgesteld. In deze zaak wijkt de aanslag op meerdere punten af. Dat de aangifte tijdig binnen is, doet daar niets aan af. Ook het verwijt dat de inspecteur niet binnen drie maanden een aanslag oplegt, treft geen doel. Die termijn is een streven. De wet geeft hem drie jaar. De belastingrente komt niet voort uit traagheid bij de Belastingdienst, maar uit fouten in de aangifte zelf. Wie het saldo en de erfdelen meteen goed vaststelt, houdt de teller op nul.

Bronvermelding

  • datum: 24 september 2026
  • bureau: Rechtbank Noord-Nederland
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBNNE:2026:2793
ed43747a68d4f8169bd24f3943a0a10e

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Supermarktsaga: een rammelende kas
Een belastingplichtige exploiteerde vijf avondwinkels en een supermarkt met slagerij. Tijdens een boekenonderzoek naar de aanvaardbaarheid van de aangiften inkomstenbelasting en omzetbelasting is volgens de inspecteur gebleken dat sprake was van een
Internationaal
Fiscale migratie: waar is thuis?
Een belastingplichtige emigreerde in 2015 naar Duitsland, althans dat meent hij. De inspecteur stelt echter dat de belastingplichtige fiscaal nog steeds in Nederland woont en corrigeert de aangifte inkomstenbelasting door het opleggen van een
Formeel recht
Fiscaal kat-en-muisspel
Een belastingplichtige doet aangifte voor de inkomstenbelasting, waarbij hij de tegoeden op buitenlandse bankrekeningen niet aangeeft. De inspecteur komt hier achter, legt een navorderingsaanslag op en eist forse vergrijpboeten. De belastingplichtige