Terug

Turboliquidatie biedt geen bescherming tegen navordering ab-heffing

16 juli 2026
Inkomstenbelasting

Een vrouw houdt 20% van de certificaten in een holding. De werkmaatschappij wordt geturboliquideerd en de onderneming gaat over naar haar vader als eenmanszaak. Niemand geeft inkomen uit aanmerkelijkbelang aan. Jaren later legt de inspecteur navorderingsaanslagen op. De dochter stelt dat de turboliquidatie betekent dat er geen baten waren en dus geen ab-inkomen. De rechtbank verwerpt dit betoog.

Van bv naar eenmanszaak

Vader drijft zijn onderneming via een werkmaatschappij onder een holding, waarvan hij veertig certificaten heeft. In 1994 schenkt hij zestien certificaten aan zijn twee kinderen, elk acht. De dochter heeft daarmee 20% en dus een aanmerkelijk belang. Per 1 januari 2018 wil vader de onderneming voortzetten als eenmanszaak. De werkmaatschappij wordt ontbonden via turboliquidatie. Een snelle beëindiging zonder vereffening, mits er geen baten zijn. De boekhouder gaat uit van een geruisloze terugkeer, maar vraagt geen beschikking aan. In de aangiften inkomstenbelasting 2018 wordt geen ab-inkomen aangegeven, terwijl liquidatie normaal leidt tot een vervreemdingsvoordeel.

Vermogenssprong roept vragen op

De inspecteur legt in juni 2019 de aanslagen 2018 op conform de aangiften. In december 2019 meldt de werkmaatschappij in haar aangifte vennootschapsbelasting dat zij is ontbonden. Bij controle blijkt dat geen beschikking geruisloze terugkeer is aangevraagd en dat er een vordering van ruim twee ton op vader bestond. Die vertegenwoordigt waarde voor de certificaathouders. De inspecteur vennootschapsbelasting attendeert zijn collega van de inkomstenbelasting en in oktober 2023 volgen navorderingsaanslagen. De dochter en haar fiscaal partner moeten elk over € 22.246 aan ab-inkomen afrekenen.

Nieuw feit of ambtelijk verzuim?

De dochter betoogt primair dat de inspecteur niet mag navorderen. De ontbinding was immers geregistreerd bij de Kamer van Koophandel en haar certificaathouderschap was bekend. Bovendien had de vermogenssprong van twee ton in de aangifte van vader, waar de schuld aan de bv verdween, de inspecteur moeten alarmeren. De rechtbank verwerpt beide stellingen. De aangifte vennootschapsbelasting waarin de ontbinding werd vermeld, is pas ingediend nadat de aanslagen inkomstenbelasting waren opgelegd. De vermogenssprong bij vader schept geen onderzoeksplicht voor de aangiften van de dochter. Er is dus een nieuw feit.

Turboliquidatie zonder baten?

Volgens de dochter betekent turboliquidatie dat er geen baten zijn en dus geen uitkering. De rechtbank maakt korte metten met dit betoog. Een turboliquidatie is slechts toegestaan als er geen baten meer zijn, maar dat betekent niet dat er ook daadwerkelijk geen baten waren. De vordering op vader wijst op waarde. Hoe die is verdwenen, blijft onduidelijk. De dochter levert geen bewijs. De gemachtigde geeft ter zitting toe dat het 'gegis' is hoe een en ander is afgewikkeld. De rechtbank volgt daarom de berekening van de inspecteur en handhaaft de navorderingsaanslagen.

Bronvermelding

  • datum: 16 juli 2026
  • bureau: Rechtbank Noord-Nederland
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBNNE:2026:2181

Misschien ook intressant

Overige heffingen
Rioolheffing voor een jaarplaats op een camping?
De eigenaar van een caravan heeft een jaarplaats gehuurd op een camping in de gemeente Hilvarenbeek. Zijn caravan is aangesloten op de riolering van het park. De gemeente Hilvarenbeek heeft aan de eigenaar een aanslag rioolheffing opgelegd. De
Overdrachtsbelasting
Verbouwing leidt niet tot nieuw gebouw
Bij de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken is overdrachtsbelasting verschuldigd. Er geldt echter een vrijstelling van overdrachtsbelasting wanneer de levering van een onroerende zaak belast is met omzetbelasting. Dat is het geval
Inkomstenbelasting
Onderzoek gevolgen beperking vrijstelling groen beleggen per 1 januari 2025
Bij de behandeling van het Belastingplan 2024 heeft de Tweede Kamer een amendement aangenomen om de vrijstelling voor groen beleggen per 2025 te verlagen van € 71.251 naar € 30.000. Het betreft een dekkingsmaatregel voor aanpassingen in de