Terug

Verbod op contante betaling boven € 3.000

8 januari 2026
Ondernemingsrecht

In Nederland geldt sinds 1 januari 2026 een verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het verbod geldt voor exploitanten van pandhuizen, kunsthandelaren en alle handelaren in goederen, zoals autohandelaren, juweliers, elektronicawinkels, meubelzaken, etc. Voor kunsthandelaren en handelaren in waardevolle goederen (zoals horloges of auto’s) blijven aanvullende verplichtingen gelden. Voor betalingen via de bank (pinnen, overmaken) van € 10.000 of meer, blijven de huidige Wwft-regels gelden. Cliëntenonderzoek is dus nog steeds nodig bij betalingen via de bank van € 10.000 of meer. En eventuele ongebruikelijke transacties moeten nog steeds worden gemeld bij FIU-Nederland.

Het verbod geldt voor alle contante betalingen die (deels) in of vanuit Nederland gebeuren. Dit betekent dat het verbod geldt voor:

  • in Nederland geregistreerde handelaren die in Nederland aan- of verkopen;
  • in Nederland geregistreerde handelaren die vanuit Nederland goederen aanbieden, ook als de betaling over de grens plaatsvindt;
  • in het buitenland geregistreerde handelaren die in Nederland de betaling doen.

Particulieren die onderling handelen (bijvoorbeeld via Marktplaats) vallen niet onder het verbod. Ook voor dienstverleners, zoals kappers en reisbureaus, geldt het verbod niet. Vanaf 10 juli 2027 gaat voor dienstverleners een limiet voor contante betalingen gelden op basis van Europese regelgeving.

Bronvermelding

  • datum: 8 januari 2026
  • bureau: Ministerie van Justitie en Veiligheid
  • karakter: wetswijziging
  • nummer: stb-2025-262

Misschien ook intressant

Formeel recht
Kabinet wil verbod op contante betalingen boven € 3.000
Het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen omvat een verbod op contante betalingen boven € 3.000. Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer controversieel verklaard nadat het kabinet is gevallen. De ministers van Financiën en van Veiligheid en
Formeel recht
Proceskostenvergoeding
Een belanghebbende is het niet eens met de toegekende proceskostenvergoeding en gaat in beroep. Uiteindelijk belandt de zaak bij de Hoge Raad. De rechtsvraag is of de proceskostenvergoeding juist is vastgesteld. Artikel 8:75 Awb Artikel 8:75 van de
Overdrachtsbelasting
Internetconsultatie aanpassing kavelruilvrijstelling overdrachtsbelasting
Er geldt een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor de verkrijging van grond in het kader van een kavelruil. De kavelruilvrijstelling is bedoeld om het landelijk gebied beter in te richten. De vrijstelling kan benut worden om de