Terug

Verjaring btw-schuld voorkomt aftrek voorbelasting

8 januari 2026
Omzetbelasting

Een ondernemer in het Verenigd Koninkrijk verkoopt trapliften die een gelieerde Nederlandse leverancier produceert. Jarenlang past de leverancier ten onrechte het btw-nultarief toe op deze leveringen. De ondernemer ontdekt de fout in 2020 en neemt contact op met de inspecteur om de situatie te corrigeren.

Correctie en verjaring

De ondernemer dient een suppletie in voor het jaar 2016. Na verdere correspondentie geeft de ondernemer eind 2022 het definitieve correctiebedrag door. De inspecteur legt vervolgens naheffingsaanslagen op aan de leverancier voor de jaren 2017 tot en met 2020. Voor het jaar 2016 is naheffing echter niet meer mogelijk, omdat de naheffingstermijn is verjaard.

Factuur en teruggaafverzoek

De leverancier stuurt de ondernemer in januari 2023 een factuur voor de btw-bedragen, inclusief het bedrag voor 2016. De ondernemer betaalt deze factuur en vraagt de btw terug in de aangifte. De inspecteur wijst het teruggaafverzoek voor het jaar 2016 af. De inspecteur stelt dat er voor 2016 geen sprake is van 'in rekening gebrachte belasting', omdat de btw bij de leverancier wegens verjaring niet meer nageheven kan worden. De ondernemer had de factuur voor 2016 volgens de inspecteur niet hoeven te betalen, omdat dit al bekend was.

Geen teruggaaf

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het teruggaafverzoek terecht heeft afgewezen. Omdat de naheffing van btw over 2016 bij de leverancier door verjaring niet meer mogelijk is, is er geen sprake van 'in rekening gebrachte belasting' die voor aftrek in aanmerking komt volgens de wet. Het verzoek om teruggaaf van btw die niet verschuldigd is, kan daarom niet worden toegekend.

Bronvermelding

  • datum: 8 januari 2026
  • bureau: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBZWB:2025:8079

Misschien ook intressant

Overdrachtsbelasting
Startersvrijstelling overdrachtsbelasting geldt niet voor verkrijging schoolgebouw
Bij de verkrijging van in Nederland gelegen onroerende zaken wordt overdrachtsbelasting geheven. De belasting bedraagt in beginsel 10,4% van de waarde van de onroerende zaak. Onder voorwaarden geldt voor de verkrijging van een woning een lager tarief
Belastingplan
Tweede nota van wijziging Belastingplan 2025
De staatssecretaris van Financiƫn heeft de tweede nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. De nota van wijziging bevat maatregelen, die zijn aangekondigd in de aanbiedingsbrief bij het pakket
Inkomstenbelasting
Landbouwvrijstelling bij inbreng van cultuurgrond in maatschap
In deze zaak gaat het om de toepassing van de landbouwvrijstelling op cultuurgrond, die aanvankelijk is verpacht en later is ingebracht in een maatschap. Ten tijde van het verpachten van de grond behoorde de grond tot het