Terug

Vestiging tweede hypotheek is aanleiding voor aansprakelijkheid voor belastingschuld

16 juli 2026
Formeel recht

Een holding en haar dga worden aansprakelijk gesteld voor een btw-schuld van een dochter-bv van de holding. De btw-schuld bedraagt ruim een miljoen euro. Zij bestrijden de aansprakelijkstelling met als standpunt dat de schuld zou zijn verjaard. Hoe oordeelt het hof?

Tweede hypotheek voor de holding

Een bv heeft een aantal panden gekocht voor de ontwikkeling van een vastgoedproject. De aankoop is gefinancierd met een hypothecaire lening van een bank. De gemeente wijzigt het bestemmingsplan, waardoor het project niet doorgaat en de waarde van de panden daalt. De bv lost vervolgens niet meer af op de schuld aan de bank. De bank is bereid het krediet voort te zetten op voorwaarde dat de bv een nieuwe eigenaar krijgt. De holding koopt de aandelen in de bv voor één euro en neemt een vordering van de oude aandeelhouder op de bv van € 1,5 miljoen over voor eveneens één euro. De holding wordt bestuurder van de bv. De bv vestigt een tweede hypotheek op de panden ten gunste van de holding. De bv gaf hiermee voor een extra kredietruimte van twee ton voor € 1,76 miljoen aan zekerheid. Na verkoop van de panden ontvangt de holding als tweede hypotheekhouder ruim een miljoen euro. De btw op de verkoop van bijna € 1,25 miljoen wordt niet afgedragen. De ontvanger van de Belastingdienst stelt de holding en haar dga aansprakelijk.

Beroep op verjaring

De holding en de dga stellen dat de belastingschuld is verjaard. Het dwangbevel dateert van april 2016 en gelet op de verjaringstermijn van vijf jaar zou de verjaringstermijn van de belastingschuld in 2021 zijn verstreken. Dit is ruim voordat de ontvanger in 2024 een stuitingsbrief verstuurde. Volgens de ontvanger is de verjaring tussentijds gestuit doordat de bv de schuld heeft erkend. Het hof oordeelt dat de holding en de dga als de bestuurders van de bv de schuld meermaals hebben erkend.

Terecht aansprakelijk

Het hof oordeelt dat de holding en haar dga terecht aansprakelijk zijn gesteld voor de omzetbelastingschuld van de bv. De bv heeft haar andere schuldeisers, waaronder de Belastingdienst, benadeeld door de vestiging van de tweede hypotheek. Ook is de vordering van de holding en haar dga daardoor aanzienlijk in waarde toegenomen. Het hof merkt dit aan als kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Bronvermelding

  • datum: 16 juli 2026
  • bureau: Gerechtshof 's-Hertogenbosch
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHSHE:2026:671

Misschien ook intressant

Inkomstenbelasting
Recht op alle voordelen uit aandelen is aanmerkelijk belang
Een man verstrekt via een fonds een lening waarmee aandelen worden gekocht. Alle opbrengsten uit die aandelen komen aan hem toe. Op een deel van de vordering rust een optie. De man meent dat hij daardoor geen aanmerkelijk belang meer heeft. Het hof
Inkomstenbelasting
Bestemmingswijziging levert belastbare winst op
Een man koopt een boerderij met agrarische bestemming. Hij regelt een bestemmingswijziging en splitst het perceel in tweeën. De ene helft verkoopt hij met winst, de andere houdt hij. De inspecteur belast de waardestijging als resultaat uit overige
Inkomstenbelasting
Kwijtschelding rekening-courantschuld is verkapt dividend
Een man houdt alle aandelen in een holding die deelneemt in het familiebedrijf. De holding heeft een vordering op hem in rekening-courant. Deze vordering staat jarenlang op de balans en loopt gestaag op tot € 314.136 in 2016. Er vinden geen