Terug

Vinden droomwoning geen excuus

16 april 2026
Overdrachtsbelasting

Een echtpaar koopt een woning. Om aanspraak te maken op het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting verklaren zij de woning als hoofdverblijf te zullen gebruiken. Nog voor de levering van deze woning vinden zij echter hun droomwoning. Pas na de levering van de eerste woning wordt de financiering van de droomwoning goedgekeurd. Het echtpaar stelt dat het vinden van hun droomwoning en de financieringsmoeilijkheden onvoorziene omstandigheden zijn. Als de financiering niet was gelukt, hadden ze de eerste woning als hoofdverblijf in gebruik genomen. 

Omdat de eerste woning nooit werd bewoond, legt de inspecteur naheffingsaanslagen op. De wetsgeschiedenis noemt voorbeelden als overlijden, echtscheiding, baanverlies en het aanvaarden van een baan in een andere regio of emigratie, die redelijkerwijs het niet-bewonen van de woning als hoofdverblijf kunnen rechtvaardigen. Het hof oordeelt dat het verkrijgen van de droomwoning niet als zodanige onvoorziene omstandigheden geldt. Het verlaagde tarief van 2% is daarom niet van toepassing. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd.

Bronvermelding

  • datum: 16 april 2026
  • bureau: Gerechtshof 's-Hertogenbosch
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHSHE:2026:181

Misschien ook intressant

Belastingplan
Aanpassingen kindgebonden budget
Het kabinet stelt een aantal aanpassingen van het kindgebonden budget voor. Het maximumbedrag voor het eerste kind gaat van € 2.436 in 2024 naar € 2.511. De afbouw van de bedragen gaat van 6,75% in 2024 naar 7,10%. De verhoging van het
Belastingplan
Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025
Met de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 zijn de volgende maatregelen ingevoerd in de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregelingen aanmerkelijk belang (DSR ab): aan derden verhuurde onroerende zaken
Omzetbelasting
Geen fiscale eenheid omzetbelasting wegens gebrek aan financiƫle verwevenheid
Een bedrijf, dat facilitaire diensten verleent aan een stichting, meende op basis van een eerdere beschikking van de Belastingdienst dat het onderdeel was van een fiscale eenheid omzetbelasting met die stichting. De inspecteur betwistte dit en legde