Terug

Vordering op kind geen banktegoed voor box 3

22 oktober 2026
Inkomstenbelasting

Een vrouw geeft in haar aangifte een aanzienlijk bedrag aan bezittingen aan, waaronder hypothecaire geldleningen aan haar kinderen. De inspecteur merkt deze aan als overige bezittingen, wat leidt tot een geschil over de juiste kwalificatie.

Bezittingen en de aanslag

De vrouw geeft voor 2021 een totaal van € 1,5 miljoen aan bezittingen op. Dit omvat onder meer twee hypothecaire geldleningen aan haar kinderen met een rente van 2,5% per jaar. De inspecteur stelt de definitieve aanslag vast, waarbij de vorderingen als overige bezittingen zijn aangemerkt met een rendement van 5,69%. De vrouw stelt dat de vorderingen als banktegoeden moeten worden gezien, omdat zij kenmerken bezitten van spaartegoed. Zij wijst daarbij op het lage risico, de zekerheid via het gevestigde hypotheekrecht, het niet aanwezig zijn van een winststreven en de regelmatige rente-inkomsten. Voor banktegoeden geldt in 2021 een rendement van 0,01%.

Geen deposito

Het hof oordeelt echter dat de vorderingen niet voldoen aan de definitie van een 'deposito' volgens de Wet op het financieel toezicht, waarnaar de Wet rechtsherstel box 3 verwijst. Een vergelijking met VvE-reservefondsen, die voor 2021 ook als overige bezittingen golden, gaat niet op. Ook is er geen sprake van verboden discriminatie, omdat het risicoprofiel en de onderhandelingsruimte bij vorderingen wezenlijk afwijken van banktegoeden.

Werkelijk rendement onbekend

Nu de vorderingen niet als banktegoed worden aangemerkt, betoogt de vrouw dat nader rechtsherstel moet worden geboden. De heffing zou hoger zijn dan het werkelijke rendement. Het hof oordeelt dat de vrouw dit niet aannemelijk maakt, omdat zij geen inzicht verschaft in de waardeontwikkeling van haar beleggingsportefeuille. Daarom faalt ook dit standpunt.

Bronvermelding

  • datum: 22 oktober 2026
  • bureau: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:GHARL:2026:5874
e57d2fb408b304d6407c227666e2644d

Misschien ook intressant

Douane en Accijnzen
Vanaf juli 2026 douanerecht van € 3 op kleine pakketjes
De Raad van de Europese Unie heeft besloten om vanaf 1 juli 2026 een vast douanerecht van € 3 te heffen op kleine pakketten met een waarde onder € 150. Op dit moment worden dergelijke zendingen nog rechtenvrij in de EU ingevoerd. De nieuwe
Vennootschapsbelasting
Hoge Raad halveert belastingrente voor bv’s
Goed nieuws voor ondernemers met een bv. De Hoge Raad maakt korte metten met het verhoogde belastingrentetarief voor de vennootschapsbelasting. Jarenlang betaalden vpb-plichtigen 8% rente, terwijl andere belastingplichtigen slechts 4% kwijt waren.
Successiewet
Beperkte tijd voor aanslag als een schenking niet is aangegeven
Als er aangifte schenkbelasting is gedaan, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een eerste aanslag schenkbelasting drie jaar na het ontstaan van de belastingschuld (de schenking). Deze termijn wordt verlengd met eventueel verleend uitstel voor