Terug

Vrachtwagenchauffeur hield terecht de vrachtwagen van zijn werkgever vast

2 april 2026
Arbeidsrecht

Op 6 februari 2026 staakt een vrachtwagenchauffeur uit Tadzjikistan zijn rit langs de A1 bij Deurningen. Hij stopt met rijden en bezet de vrachtwagen van zijn werkgever, omdat hij wil dat zijn achterstallige loon wordt uitbetaald. De kantonrechter van de rechtbank Overijssel oordeelt dat de chauffeur dit terecht heeft gedaan.

Retentierecht

De chauffeur verblijft sinds hij zijn werk heeft neergelegd in de cabine van de vrachtwagen, die geparkeerd staat op een parkeerplaats langs de snelweg. Hij beroept zich op zijn retentierecht: de man bezet de vrachtwagen totdat zijn werkgever het achterstallige loon uitbetaalt. Het gaat in totaal om bijna € 18.000. Het vasthouden van de vrachtwagen is een drukmiddel om de werkgever de schuld te laten betalen. De werkgever, een transportbedrijf uit Litouwen, spant een kort geding aan. Ze eist dat de chauffeur de vrachtwagen onmiddellijk teruggeeft. De chauffeur eist op zijn beurt, nu ook via de rechter, dat de werkgever het achterstallige loon uitbetaalt.

Terecht

De rechtbank oordeelt dat de vrachtwagenchauffeur terecht een beroep heeft gedaan op zijn retentierecht. De chauffeur uit Tadzjikistan staat in zijn recht wanneer hij zijn achterstallige salaris opeist en de vrachtwagen van zijn werkgever als drukmiddel gebruikt. De kantonrechter veroordeelt het transportbedrijf tot het uitbetalen van de achterstallige betalingen.

Dagvergoedingen voor West-Europese ritten

Tijdens de zitting wordt duidelijk dat de werkgever beloofde om de chauffeur een gedeelte van zijn loon, de dagvergoedingen, uit te betalen op het moment dat hij weer terug in Litouwen zou zijn. Dit gebeurt niet, omdat het transportbedrijf telkens weer een nieuwe rit voor de chauffeur plant. Hij blijft dus maanden rondrijden in Nederland, Duitsland en België. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever hierin tekortgeschoten is. De chauffeur heeft namelijk geld nodig om onderweg, tijdens zijn ritten, in zijn levensonderhoud te voorzien. De werkgever had de man twee keer per maand volledig moeten uitbetalen, zoals dat in de arbeidsovereenkomst is afgesproken. Dit heeft de werkgever niet gedaan. Daarnaast heeft het transportbedrijf geen loonspecificaties aan de chauffeur gegeven.

Bronvermelding

  • datum: 2 april 2026
  • bureau: Rechtbank Overijssel
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLI:NL:RBOVE:2026:1334

Misschien ook intressant

Formeel recht
Vestiging tweede hypotheek is aanleiding voor aansprakelijkheid voor belastingschuld
Een holding en haar dga worden aansprakelijk gesteld voor een btw-schuld van een dochter-bv van de holding. De btw-schuld bedraagt ruim een miljoen euro. Zij bestrijden de aansprakelijkstelling met als standpunt dat de schuld zou zijn verjaard. Hoe
Inkomstenbelasting
Turboliquidatie biedt geen bescherming tegen navordering ab-heffing
Een vrouw houdt 20% van de certificaten in een holding. De werkmaatschappij wordt geturboliquideerd en de onderneming gaat over naar haar vader als eenmanszaak. Niemand geeft inkomen uit aanmerkelijkbelang aan. Jaren later legt de inspecteur
Omzetbelasting
Aftrek geweigerd omdat huurovereenkomst niet aan eisen voldoet
Een ondernemer huurt sinds 2016 een aantal bedrijfsruimtes in een pand. De verhuurder brengt btw in rekening op basis van een afspraak over belaste verhuur. Kort daarna begint de ondernemer delen van het pand door te verhuren aan derden. Bij deze