Terug

Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen

25 juni 2026
Arbeidsrecht

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen. Dit wetsvoorstel wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek door het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Deze maatregel heeft als doel laagbetaalde zzp’ers, die vaak kwetsbare werkenden zijn, beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid.

Drempel en doel

Het rechtsvermoeden geldt voor zzp’ers die minder dan € 38 per uur (peildatum 1 januari 2026) verdienen. De introductie van dit vermoeden maakt het voor deze zzp’ers eenvoudiger om hun rechtspositie als werknemer op te eisen bij de werkgevende en, indien nodig, bij de rechter.

Gevolgen voor opdrachtgevers

Wanneer zzp’ers een beroep doen op dit rechtsvermoeden, moeten de opdrachtgevers aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als opdrachtgevers dit niet kunnen bewijzen, is er sprake van schijnzelfstandigheid. In dat geval heeft de zzp’er recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst, zoals recht op loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.

Bronvermelding

  • datum: 25 juni 2026
  • bureau: Overig
  • karakter: wetsvoorstel
  • nummer: 36.783

Misschien ook intressant

Omzetbelasting
Levering verhuurd pand
De levering van een nieuw vervaardigde onroerende zaak is van rechtswege belast met omzetbelasting en vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Als de verkrijger de nieuw vervaardigde zaak voor van omzetbelasting vrijgestelde prestaties gebruikt, kan hij
Loonbelasting
Gratis gezonde lunchmaaltijden?
Een werkgever heeft in de jaren 2017 en 2018 vanuit de bedrijfskantine gratis gezonde lunchmaaltijden aan de werknemers verstrekt. De werkgever heeft de kosten ondergebracht in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Over het bedrag, dat niet in
Inkomstenbelasting
Schade-uitkering na klachtenprocedure beleggingsverzekering
Een verzekeringnemer met een beleggingspolis ontvangt na een klachtenprocedure van de verzekeraar een som geld. De verzekeringnemer is van mening dat het een onbelaste schadevergoeding betreft. Het kapitaal uit de beleggingspolis moet worden besteed