Terug

Recht op aftrek voorbelasting bij kosteloze terbeschikkingstelling

5 december 2024
Omzetbelasting

De btw-richtlijn geeft ondernemers het recht op aftrek van omzetbelasting die door andere ondernemers aan hen in rekening is gebracht. Het recht op aftrek is gekoppeld aan de mate waarin de van andere ondernemers afgenomen goederen en diensten worden gebruikt voor belaste prestaties van de afnemer.

Het Hof van Justitie EU heeft onlangs de vraag beantwoord of het recht op aftrek van voorbelasting mag worden geweigerd aan een ondernemer, die een machine heeft aangekocht, die hij vervolgens kosteloos ter beschikking stelt aan een onderaannemer. De onderaannemer gebruikte de machine om werkzaamheden voor de terbeschikkingsteller van de machine te verrichten. Volgens het Hof van Justitie EU mag het recht op aftrek van voorbelasting niet worden geweigerd voor zover de terbeschikkingstelling niet verder gaat dan hetgeen noodzakelijk is om de ondernemer in staat te stellen in een later stadium zijn economische activiteit uit te oefenen. De kosten van de aankoop moeten wel zijn verwerkt in de prijs van de door de ondernemer geleverde goederen of verrichte diensten.

Bronvermelding

  • datum: 5 december 2024
  • bureau: Hof van Justitie EU
  • karakter: jurisprudentie
  • nummer: ECLIEUC2024866, C 475/23

Misschien ook intressant

Vennootschapsbelasting
Doorlenen tegen hogere rente is winstuitdeling
Een bv leent een miljoen aan haar dga tegen 2% rente. De dga leent datzelfde bedrag door aan derden tegen 7% rente. Het verschil van 5% steekt hij in eigen zak. De inspecteur ziet dit als een verkapte winstuitdeling. Het hof is het daarmee eens. Wie
Inkomstenbelasting
Zwartspaarder wint slag, maar verliest oorlog
Een man meldt zich bij de Belastingdienst met verzwegen Zwitserse bankrekeningen. Wat hij verzwijgt: hij heeft ook rekeningen in Luxemburg, op naam van plankvennootschappen. De inspecteur ontdekt dit alsnog en belast het vermogen in box 3. De
Algemeen
AI als juridisch adviseur: rechter niet onder de indruk
Een man krijgt een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Hij maakt bezwaar en gaat vervolgens in beroep. Hij verwijst naar een uitspraak die niet bestaat en hamert op een verkeerde straatnaam in de aanslag. De rechtbank vermoedt dat de man